Posts tonen met het label industriële strooptochten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label industriële strooptochten. Alle posts tonen
zaterdag 7 januari 2012
Dat loopt gesmeerd
Labels:
architectuur,
erfgoed,
industriële strooptochten
maandag 8 augustus 2011
Grube Samson
De eerste stop tijdens Kaco's vakantie dit jaar was een bezoek aan Sankt Andreasberg in de Duitse Harz. Niet vanwege zijn 'heilklimatischer' kwaliteiten of de mooie wandelroutes, maar voor een bezoek aan dit tamelijk onopvallende gebouw. Onder de houten kap bevindt zich de Grube Samson, de diepste zilvermijn van de Harz en waarschijnlijk de enige vrijwel complete pre-industriële mijn die nog bestaat. De mijn heeft geen electriciteit, stoommachines of dieselmotoren, alle noodzakelijke energie werd geleverd zoals dat in de achttiende eeuw gebeurde: door een reeks watermolens die ondergronds in de mijn zijn aangebracht (NB: alle foto's in deze blog zijn te vergroten door er op te klikken).
De molenraderen (tot 12 meter in doorsnede!) werden gebruikt om overtollig water uit de mijn te pompen, de erts te pletten en de mijnlift te bedienen. Vooral de lift was een staaltje van vernuft; door te schakelen tussen twee tegengesteld draaiende waterraderen kon de liftkooi snel stijgen en dalen. Enorme hoeveelheden water waren nodig voor alle voorzieningen in de mijn. Om dat water daar te krijgen werd vanaf de 16e eeuw het Oberharzer Wasserregal aangelegd, een uitgekiend stelsel van kanalen en stuwmeren. Vanaf de Sankt Andreasberg werd het vervolgens langs zo veel mogelijk waterraderen geleid om de kostbare waterkracht optimaal te kunnen benutten: sommige kanalen dreven wel 27 raderen aan voordat het water in het dal verdween.
De luxe van een lift was overigens alleen voorbehouden aan het zilvererts: de mijnwerkers moesten langs smalle laddertjes naar beneden en naar boven klimmen. En dat in een 800 meter diepe mijn! Ter vergelijking: de Burj Khalifa in Dubai, het hoogste gebouw ter wereld, is ongeveer even hoog als de Grube Samson diep was. Stelt u zich voor dat u zes dagen per week de trappen van dat gebouw moet beklimmen en afdalen langs een smal laddertje. In de praktijk waren de mijnwerkers 1,5 uur bezig om beneden te komen. Daarna werkten ze twaalf uur in de hete, vochtige mijn, waarna ze 2,5 uur nodig hadden om weer naar boven te klimmen. Geen wonder dat de mijnwerkers gemiddeld niet ouder werden dan 35 jaar.
De luxe van een lift was overigens alleen voorbehouden aan het zilvererts: de mijnwerkers moesten langs smalle laddertjes naar beneden en naar boven klimmen. En dat in een 800 meter diepe mijn! Ter vergelijking: de Burj Khalifa in Dubai, het hoogste gebouw ter wereld, is ongeveer even hoog als de Grube Samson diep was. Stelt u zich voor dat u zes dagen per week de trappen van dat gebouw moet beklimmen en afdalen langs een smal laddertje. In de praktijk waren de mijnwerkers 1,5 uur bezig om beneden te komen. Daarna werkten ze twaalf uur in de hete, vochtige mijn, waarna ze 2,5 uur nodig hadden om weer naar boven te klimmen. Geen wonder dat de mijnwerkers gemiddeld niet ouder werden dan 35 jaar.
De situatie verbeterde pas toen in 1837 in de mijn een fahrkunst werd geïnstalleerd, een voorloper van de lift (uiteraard ook met waterkracht aandrijving). Om beneden en boven te komen, moesten de mijnwerkers steeds heen en weer springen tussen kleine 30 centimeter brede platformpjes waarbij elke misstap dodelijk kon zijn. In onze ogen levensgevaarlijk, maar de mijnwerkers waren er groos mee: het betekende dat ze voortaan in 45 minuten beneden of boven waren. Daarmee bespaarden ze 2,5 uur aan (niet uitbetaalde!) 'reistijd' per dag.
Natuurlijk wilde Kaco zelf ook de diepte van de mijn in. Omdat we in Grube Samson maar een klein stukje ondergronds konden, hebben we later vergelijkbare eeuwenoude mijngangen bezocht in een zilvermijn in het Tsjechische Kutna Hora. De helm, lamp en beschermende jas waren geen overbodige luxe: de oude mijngangen waren laag, smal (soms maar 120 bij 40 centimeter) en zeer vochtig. Het enige verschil was de temperatuur: in de 35 meter diepe mijngang in Kutna Hora was die normaal, terwijl de mijnwerkers onderin de 800 meter diepe mijnschacht van Grube Samson moesten werken bij een temperatuur van bijna 60 graden...
De zilvermijnen onder Sankt Andreasberg zijn vrijwel ononderbroken in gebruik geweest van de 15e eeuw tot de sluiting van Grube Samson in 1910. In die vijf eeuwen is er een enorm ondergronds gangenstelstel uitgehakt in de keiharde rots. Een indrukwekkend voorbeeld van wat er technisch mogelijk was met 'simpele' waterkrachttechniek. Vooral in de achttiende eeuw was de Grube Samson beroemd. Niet alleen vanwege de stroom aan zilver die de mijn opleverde, maar ook omdat er allerlei exotische mineralen en metaallegeringen werden gevonden, waaronder het zeldzame Samsoniet. Deze mineralen werden hooggewaardeerd door de verzamelaars en natuuronderzoekers in de tijd van de Verlichting.
De mijnbouw had uiteraard een enorme impact op de bewoners van de streek. Hoe belangrijk de mijnbouw was als basis voor de plaatselijke economie, bleek bijvoorbeeld bij een bezoek aan de kerken in Kutna Hora. Daar waren de nederige mijnwerkers een steeds terugkerend thema in het interieur: als muurschildering, als standbeeld, als kandelaar, als raamversiering. Het is alleen wel jammer dat alleen de eigenaren, de staat en de kerk geprofiteerd lijken te hebben van de welvaart die de mijn bracht...
De waarde van de Grube Samson, werelderfgoed en internationaal gewaardeerd landmark, ging helaas voor het grootste deel voorbij aan de uitbater van het bijbehorende museum. Plichtsgetrouw deed hij de rondleiding, maar zijn ware liefde was overduidelijk de kanarie. Een fraai zingende siervogeltje was blijkbaar voor het eerst in het geel gefokt in de Harz. Helaas voor hem bestond er bij vrijwel niemand enige belangstelling voor zijn overal groot aangekondigde kanariemuseum. Logisch, oude mijnbouw is veel boeiender en minstens even welluidend:
Labels:
erfgoed,
geschiedenis,
industriële strooptochten,
museum
donderdag 30 juni 2011
Over de rand van de beschaving
Helaas betekende dit georganiseerde bezoek dat we in de bus moesten blijven en niet halverwege even uit konden stappen voor een paar goede foto's. Niet getreurd, er was genoeg te zien: van dichtbij besef je nog beter hoe enorm het complex is met zijn monstrueuze graafmachines en tientallen kilometers aan lopende banden om alles af te voeren.
Na afloop van de rondleiding bezochten we het nabijgelegen bezoekerscentrum Niederaußem, gelegen naast de nieuwste bruinkoolcentrale van de RWE. Ka leefde zich helemaal uit op het fotograferen van het lijnenspel van de overvloedig aanwezige elektriciteitsmasten, die tot midden op de parkeerplaats stonden. RWE profileert zich graag in haar propaganda als een soort goedmoedige groene reus, die de wereld beter, schoner en CO2-armer maakt. Daar valt overigens nog wel wat op af te dingen, als je naar de RWE-centrales kijkt...
Dat geldt ook voor de manier waarop RWE omgaat met het landschap in de buurt. Het blijft bizar om te zien hoe de normale beschaving plots ophoudt en de mijn begint. Die grens is nu harder dan enkele jaren geleden: dwars door het landschap is een aarden wal aangelegd om het einde van de beschaving te markeren. Maar ja, na de hele middag braaf meegelopen te zijn met de PR-dienst van de RWE wilden we natuurlijk toch (illegaal) stapje over de rand nemen....dinsdag 28 juni 2011
Op expeditie naar de Toekomst
Labels:
architectuur,
erfgoed,
industriële strooptochten,
plaatjes
zaterdag 21 mei 2011
Mastman
Bij het zien van de mastman moest Co terugdenken aan de fotoserie die Ka jaren geleden maakte met haar toen net nieuwe digitale camera van de hoogste electriciteitsmasten van Nederland, de 163 meter hoge masten die de hoogspanningskabels over de Lek bij Lekkerkerk dragen. Het fotograferen van een elektriciteitsmast, zeker een aan het water, is een aanrader: afgezet tegen Hollandse wolkenluchten kun je eindeloos blijven variëren met patronen, lijnen, vormen en structuren. Hoogspanningsmasten staan als reuzen in ons landschap. Net als de mastman kunnen ze iets menselijks hebben. Dat is ook het idee achter het leuke en originele ontwerp voor elektriciteitsmasten in IJsland (dat jammer genoeg door de crisis niet gebouwd is). Een idee dat ook opgepakt is in Lelystad en op internet.
Vindt u hoogspanningsmasten nog steeds niet mooi? Dat komt nog wel tegen de tijd dat ze uit ons landschap verdwijnen en zeldzaam worden. Dat moment is overigens dichtbij; TeneT is bezig met de introductie van een nieuw soort mast, de Wintrack: een onopvallende, efficiënte en dodelijk saaie mast. Wat zal er worden van onze oude Eiffelmasten? Ombouwen tot kunstzinnig 'landmark', zoals al gebeurd is in Groningen? Verbouwen tot windturbines? Het zal er wel op neer komen dat ze allemaal gesloopt worden en dat de laatste wordt verplaatst naar die nationale afvalbak voor overbodig geworden bouwsels, het Openluchtmuseum in Arnhem...
Vindt u hoogspanningsmasten nog steeds niet mooi? Dat komt nog wel tegen de tijd dat ze uit ons landschap verdwijnen en zeldzaam worden. Dat moment is overigens dichtbij; TeneT is bezig met de introductie van een nieuw soort mast, de Wintrack: een onopvallende, efficiënte en dodelijk saaie mast. Wat zal er worden van onze oude Eiffelmasten? Ombouwen tot kunstzinnig 'landmark', zoals al gebeurd is in Groningen? Verbouwen tot windturbines? Het zal er wel op neer komen dat ze allemaal gesloopt worden en dat de laatste wordt verplaatst naar die nationale afvalbak voor overbodig geworden bouwsels, het Openluchtmuseum in Arnhem...
zaterdag 9 april 2011
Op expeditie langs land en water
Het lijkt weinig meer dan een hele grote zandbak, maar het is het allernieuwste stukje Nederland: de Tweede Maasvlakte bij Rotterdam. Afgelopen weekeinde bezochten Kaco dit nieuwe havengebied vóór de Nederlandse kust, samen met Harmjob en Krien. Met de Futureland Express boemelden we over de enorme vlakte die in de toekomst het nieuwe deel van de Rotterdamse haven moet worden.
Natuurlijk was dat niet het enige wat het gezelschap in Rotterdam deedt: er werd ook getafeld, gekkigheid uitgehaald en heel veel gefotografeerd...
En een bezoek gebracht aan het hoogtepunt van toeristisch Rotterdam: de Euromast. Voor Harmjob en Krien een plek om hun hoogtevrees met succes te overwinnen, voor Co een plek om te controleren of de landkaart in zijn hoofd nog klopt en voor Ka een plek om heerlijk uit te waaien en zich te verbazen over de vreselijke toeristische prullaria.
Het leukste aan een bezoek aan Rotterdam blijft natuurlijk de haven. Een goede ontdekking was de Fast Ferry van de RET. Voor slechts 5 euro een uur lang varen, langs de Maasvlakte, Hoek van Holland en de Maeslantkering, het sluitstuk van de Deltawerken. Met volop uitzicht op de grootste haven en de grootste zeeschepen ter wereld.
Over zeeschepen gesproken, ook de moeite waard: het passagierschip Rotterdam, dat nu in de haven uitgebaat wordt als kantoren, hotel en vooral toeristische attraktie. Een monument van Nederlandse scheepsbouw, met een zeer fraaie jaren 50 uitstraling. Inclusief kapiteinshut, zonnedek, een wanstaltige nachtclub en een rokerslounge met bijbehorende kunst. Meer foto's van dit uitstapje en schip Rotterdam op de website van Harmjob. dinsdag 23 november 2010
Een 2000 jaar oude terril van aardewerk
Bij de uitgang van de Cimitero Acattolico zag Co plots een bekend silhouet. De kale heuvel op een plek zonder hoogteverschil, het kruis bovenop, de rommelige industriële bouwsels er om heen: onmiskenbaar een terril. Maar in Rome zijn geen kolenmijnen en de heuvel is niet zwart... Wat kon het zijn? Indachtig de goede ervaringen met eerdere terrils besloot Co een kijkje te gaan nemen. Hij kwam er al snel achter dat dit de oudst bewaarde vuilnisbelt van Rome is: de Monte Testaccio. Een heuvel van meer dan 35 meter hoog die volledig bestaat uit de scherven van miljoenen en miljoenen amforae die daar 1700 tot 2000 jaar geleden is gestort, tijdens de hoogtijdagen van het oude Rome.
Op de heuvel zelf kon Co helaas niet komen: rondom zijn er huizen tegenaan gebouwd en de enige toegang zat stevig op slot. Maar ook een ommetje er om heen was een fascinerend gebeuren. Ondanks zijn hoge ouderdom lijkt de schervenberg van dichtbij nog steeds op terrils in België en Duitsland. Hetzelfde schurftige-honden-uiterlijk van armoedige boompjes en struiken die wanhopig in leven proberen te blijven op het menselijke afval. Hetzelfde soort armoedige buurtjes rondom de aardverschuivingsgevoelige heuvel. Maar aan de andere kant ook totaal anders; een oranje ondergrond die alleen maar bestaat uit scherven en nog eens scherven, ooit stuk voor stuk amfora die met zorg gemaakt waren door nijvere ambachtslieden in alle hoeken van het Romeinse rijk. De Monte Testaccio is niet alleen een afvalheuvel, het is ook één van de grootste grotendeels ontongonnen archeologische vindplaatsen ter wereld.
Labels:
geschiedenis,
industriële strooptochten,
opmerkelijk,
Roma
maandag 24 mei 2010
Alleen gekken en dwazen...
Labels:
geschiedenis,
industriële strooptochten,
museum,
opmerkelijk,
uitje
zondag 23 mei 2010
De wapenfabriek van Doornroosje
Voor rust hoef je niet de stad uit. Als je weet waar je moet zoeken, dan vind je zelfs op de drukste plekken nog oases van stilte. Plekken waar de tijd aan voorbij lijkt te gaan en waar de natuur even op adem kan komen in het stedelijke geweld.
Dankzij Depim zijn we zaterdag op zo'n plek geweest: het Hembrugterrein aan het Noordzeekanaal tussen Amsterdam en Zaandam.
Rond 1900 lag het terrein veilig binnen de Stelling van Amsterdam, de laatste vluchtplaats voor het Nederlandse leger bij een eventuele invasie. Daarom vestigde zich op het Hembrugterrein de Artillerie Inrichtingen, een staatsbedrijf dat wapens en munitie produceerde voor het Nederlandse leger.
Vanwege de geheimhouding en het ontploffingsgevaar werd het gebied vrijwel geheel van de buitenwereld afgesloten. En dat bleef het honderd jaar lang. Zeker nadat de fabrieken vanaf de jaren tachtig in onbruik raakten ontstond een Doornroosje-gebied: gebouwen vervielen en raakten overwoekerd. Het gebied werd een toevluchtsoord voor zeldzame planten en vogels.
Een wereld vol met mooie plekken en verrassende details....
... waaruit soms blijkt dat zelfs in deze voormalige wapenfabriek ooit mensen werken die wat schoonheid in hun omgeving wilden brengen.
Een boeiend gebied om eens rond te kijken, samen met Depim en Neef Sleutelstad.
Of het gebied nog lang in deze Doornroosjetoestand blijft? Kaco vreest van niet. Al staan veel van de monumentale gebouwen na 25 jaar verwaarlozing echt op instorten, toch struikelen allerlei partijen over elkaar heen in plannenmakerij rond deze 'A-locatie' tussen Zaandam en Amsterdam. De gemeente wil deze Parel in Zaanstad graag ontwikkelen, net als het rijk en architectenbureau Rau. Ook een stichting van enthousiaste professionals heeft zich inmiddels opgeworpen om iets leuks te doen in het gebied.
Kunnen we het niet zo doen als op dit aanplakbiljet uit 1940? Mondje dicht, deur op slot en de natuur lekker haar gang laten gaan. Kijken we over een jaar of 100 wel weer een keer wat er van geworden is...
Labels:
architectuur,
industriële strooptochten,
natuur
Abonneren op:
Posts (Atom)


