Posts tonen met het label industriële strooptochten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label industriële strooptochten. Alle posts tonen

zaterdag 7 januari 2012

Dat loopt gesmeerd

Kaco bezocht gisteren met Will'm en Ien het Woudagemaal in Lemmer, dat deze week in werking is gesteld om het hoge water in het noorden des lands weg te pompen.
Het Woudagemaal werd geopend in 1920 en staat als laatste werkende stoomgemaal op de Werelderfgoedlijst van de Unesco. Het functioneert als reversegemaal voor Friesland en wordt alleen bij zware regenval in werking gesteld. Wat het Woudagemaal uniek maakt is niet alleen het feit dat het 't grootste nog bestaande stoomgemaal is, maar ook omdat je hier nog techniek en vakmanschap in werking ziet die overal elders in Nederland in uitgestorven.
Zoals de stookketels die er bij staan zoals het hoort: strak in de verf, goed onderhouden en klaar om aan de slag te gaan. Dat hebben we wel eens anders gezien.
Met stoom uit de ketels worden de vier stoommachines aangedreven die het gemaal tot leven brengen: het hele gebouw draait, trilt, rookt, geurt en sputtert. Eén groot mechanisme dat gesmeerd en in onderlinge harmonie functioneert. Voor de smering zorgen overigens deze fraaie messing olieglaasjes.
Ook verder zit het hele gemaal vol met mooie en liefdevolle details, die sinds de laatste vernieuwing in de jaren 50 eigenlijk nauwelijks meer veranderd zijn.
Ook het personeel lijkt rechtstreeks uit vroeger tijden te komen. Hier geen kantoorbeambten en onderwijzers die op hun vrije zaterdag liefhebberen met oude technieken (zoals zo vaak in technische musea), maar vakmensen met een nonchalant gebrachte trots op hun vakmanschap en 'hun' gemaal.
Mensen die er met veel aandacht en duizend en één grote en kleine klusjes voor zorgen dat deze hele stoomkathedraal gesmeerd blijft lopen.
Mensen die bijna 100 jaar oude tradities in ere houden, ook in kleine dingen. Deze schafttafel met koffiepot op de kachel zal er zestig jaar geleden precies hetzelfde uitgezien hebben.
Het zien van deze wat verstilde foto's moet overigens niet de indruk opwekken dat Kaco zowat de enigen waren die het gemaal bezochten. Gelukkig waren we vroeg, want niet veel later stond deze slinger van mensen te dringen voor de ingang van het bezoekerscentrum.
En hoe klinkt zo'n stoomgemaal? Kijk dit filmpje voor een impressie van het werkende gemaal:

maandag 8 augustus 2011

Grube Samson

De eerste stop tijdens Kaco's vakantie dit jaar was een bezoek aan Sankt Andreasberg in de Duitse Harz. Niet vanwege zijn 'heilklimatischer' kwaliteiten of de mooie wandelroutes, maar voor een bezoek aan dit tamelijk onopvallende gebouw. Onder de houten kap bevindt zich de Grube Samson, de diepste zilvermijn van de Harz en waarschijnlijk de enige vrijwel complete pre-industriële mijn die nog bestaat. De mijn heeft geen electriciteit, stoommachines of dieselmotoren, alle noodzakelijke energie werd geleverd zoals dat in de achttiende eeuw gebeurde: door een reeks watermolens die ondergronds in de mijn zijn aangebracht (NB: alle foto's in deze blog zijn te vergroten door er op te klikken).

De molenraderen (tot 12 meter in doorsnede!) werden gebruikt om overtollig water uit de mijn te pompen, de erts te pletten en de mijnlift te bedienen. Vooral de lift was een staaltje van vernuft; door te schakelen tussen twee tegengesteld draaiende waterraderen kon de liftkooi snel stijgen en dalen. Enorme hoeveelheden water waren nodig voor alle voorzieningen in de mijn. Om dat water daar te krijgen werd vanaf de 16e eeuw het Oberharzer Wasserregal aangelegd, een uitgekiend stelsel van kanalen en stuwmeren. Vanaf de Sankt Andreasberg werd het vervolgens langs zo veel mogelijk waterraderen geleid om de kostbare waterkracht optimaal te kunnen benutten: sommige kanalen dreven wel 27 raderen aan voordat het water in het dal verdween. De luxe van een lift was overigens alleen voorbehouden aan het zilvererts: de mijnwerkers moesten langs smalle laddertjes naar beneden en naar boven klimmen. En dat in een 800 meter diepe mijn! Ter vergelijking: de Burj Khalifa in Dubai, het hoogste gebouw ter wereld, is ongeveer even hoog als de Grube Samson diep was. Stelt u zich voor dat u zes dagen per week de trappen van dat gebouw moet beklimmen en afdalen langs een smal laddertje. In de praktijk waren de mijnwerkers 1,5 uur bezig om beneden te komen. Daarna werkten ze twaalf uur in de hete, vochtige mijn, waarna ze 2,5 uur nodig hadden om weer naar boven te klimmen. Geen wonder dat de mijnwerkers gemiddeld niet ouder werden dan 35 jaar.


De situatie verbeterde pas toen in 1837 in de mijn een fahrkunst werd geïnstalleerd, een voorloper van de lift (uiteraard ook met waterkracht aandrijving). Om beneden en boven te komen, moesten de mijnwerkers steeds heen en weer springen tussen kleine 30 centimeter brede platformpjes waarbij elke misstap dodelijk kon zijn. In onze ogen levensgevaarlijk, maar de mijnwerkers waren er groos mee: het betekende dat ze voortaan in 45 minuten beneden of boven waren. Daarmee bespaarden ze 2,5 uur aan (niet uitbetaalde!) 'reistijd' per dag.Natuurlijk wilde Kaco zelf ook de diepte van de mijn in. Omdat we in Grube Samson maar een klein stukje ondergronds konden, hebben we later vergelijkbare eeuwenoude mijngangen bezocht in een zilvermijn in het Tsjechische Kutna Hora. De helm, lamp en beschermende jas waren geen overbodige luxe: de oude mijngangen waren laag, smal (soms maar 120 bij 40 centimeter) en zeer vochtig. Het enige verschil was de temperatuur: in de 35 meter diepe mijngang in Kutna Hora was die normaal, terwijl de mijnwerkers onderin de 800 meter diepe mijnschacht van Grube Samson moesten werken bij een temperatuur van bijna 60 graden...



De zilvermijnen onder Sankt Andreasberg zijn vrijwel ononderbroken in gebruik geweest van de 15e eeuw tot de sluiting van Grube Samson in 1910. In die vijf eeuwen is er een enorm ondergronds gangenstelstel uitgehakt in de keiharde rots. Een indrukwekkend voorbeeld van wat er technisch mogelijk was met 'simpele' waterkrachttechniek. Vooral in de achttiende eeuw was de Grube Samson beroemd. Niet alleen vanwege de stroom aan zilver die de mijn opleverde, maar ook omdat er allerlei exotische mineralen en metaallegeringen werden gevonden, waaronder het zeldzame Samsoniet. Deze mineralen werden hooggewaardeerd door de verzamelaars en natuuronderzoekers in de tijd van de Verlichting.


De mijnbouw had uiteraard een enorme impact op de bewoners van de streek. Hoe belangrijk de mijnbouw was als basis voor de plaatselijke economie, bleek bijvoorbeeld bij een bezoek aan de kerken in Kutna Hora. Daar waren de nederige mijnwerkers een steeds terugkerend thema in het interieur: als muurschildering, als standbeeld, als kandelaar, als raamversiering. Het is alleen wel jammer dat alleen de eigenaren, de staat en de kerk geprofiteerd lijken te hebben van de welvaart die de mijn bracht...
De waarde van de Grube Samson, werelderfgoed en internationaal gewaardeerd landmark, ging helaas voor het grootste deel voorbij aan de uitbater van het bijbehorende museum. Plichtsgetrouw deed hij de rondleiding, maar zijn ware liefde was overduidelijk de kanarie. Een fraai zingende siervogeltje was blijkbaar voor het eerst in het geel gefokt in de Harz. Helaas voor hem bestond er bij vrijwel niemand enige belangstelling voor zijn overal groot aangekondigde kanariemuseum. Logisch, oude mijnbouw is veel boeiender en minstens even welluidend:





donderdag 30 juni 2011

Over de rand van de beschaving

Vaste lezers van Kacokijk kennen Kaco's fascinatie voor de enorme openluchtmijnen van de RWE, die vlak over de grens in Duitsland liggen. Zowat het eerste blogje dat Kaco ooit maakte ging over Garzweiler, een bruinkoolmijn die we later opnieuw bezochten, evenals de zustermijn in Hambach. Laatst waren we weer eens terug, maar deze keer gingen we een stap verder: we zijn afgedaald in de enorme mijn. Niet als een illegale urban exploring expeditie, maar op uitnodiging. RWE organiseerde een bezichtiging en we werden samen met MMIM per comfortabele touringcar door de mijn gereden.

Helaas betekende dit georganiseerde bezoek dat we in de bus moesten blijven en niet halverwege even uit konden stappen voor een paar goede foto's. Niet getreurd, er was genoeg te zien: van dichtbij besef je nog beter hoe enorm het complex is met zijn monstrueuze graafmachines en tientallen kilometers aan lopende banden om alles af te voeren.
Na afloop van de rondleiding bezochten we het nabijgelegen bezoekerscentrum Niederaußem, gelegen naast de nieuwste bruinkoolcentrale van de RWE. Ka leefde zich helemaal uit op het fotograferen van het lijnenspel van de overvloedig aanwezige elektriciteitsmasten, die tot midden op de parkeerplaats stonden. RWE profileert zich graag in haar propaganda als een soort goedmoedige groene reus, die de wereld beter, schoner en CO2-armer maakt. Daar valt overigens nog wel wat op af te dingen, als je naar de RWE-centrales kijkt...
Dat geldt ook voor de manier waarop RWE omgaat met het landschap in de buurt. Het blijft bizar om te zien hoe de normale beschaving plots ophoudt en de mijn begint. Die grens is nu harder dan enkele jaren geleden: dwars door het landschap is een aarden wal aangelegd om het einde van de beschaving te markeren. Maar ja, na de hele middag braaf meegelopen te zijn met de PR-dienst van de RWE wilden we natuurlijk toch (illegaal) stapje over de rand nemen....

dinsdag 28 juni 2011

Op expeditie naar de Toekomst

Midden in het Groningerland ligt de voormalige strokartonfabriek De Toekomst. Gesloten sinds 1968 heeft het veertig jaar lang staan te verkommeren, maar nu wordt er hard gewerkt om het een tweede leven te geven. Beuk was er in een vorig leven al vele malen langsgekomen en wilde altijd al eens een kijkje nemen in het monumentale fabrieksgebouw uit 1908. Reden om samen met Kaco een urban exploring expeditie op poten te zetten. De verwachtingen waren niet al te hoog gespannen, want wat kon er binnen nou te zien zijn na zoveel jaren verwaarlozing? Dat bleek dus heel veel te zijn. Een zaal vol fraai verroeste stoomketels bijvoorbeeld, die 15 jaar in de open lucht goed overleefd hadden. En een heleboel onduidelijk leidingen, kraantjes, trappen, meters en ketels, zoals deze:
Dus wat doe je dan? Dan ga je foto's maken....
Heel veel foto's....
Dankzij de bijzonder vriendelijke en bereidwillige beheerder konden we de volgende dag nog eens terugkomen om in alle rust kiekjes te schieten. Kijk voor nog veel meer hele mooie urban exploring en industrieel erfgoed foto's hieronder in de slideshow:

zaterdag 21 mei 2011

Mastman

Hoogspanningsmasten zijn zo gewoon, dat je soms iets extra's nodig heb om ze opnieuw te kunnen zien. Kaco had laatst zo'n moment toen we in Doetinchem deze mastman tegenkwamen. Kunstenaar Floris Schoonderbeek maakte dit 37 meter hoge kunstwerk shall we dance, dat een elektriciteitsmast voorstelt die een andere mast ten dans vraagt. Hoewel dit kunstwerk niet door iedereen wordt gewaardeerd, laat het volgens Kaco goed zien hoe mooi het lijnenspel van masten en elektriciteitskabels kan zijn. Hoogspanningsmasten hebben een slecht imago. Ze worden vooral geassocieerd met horizonvervuiling en de risico's van elektrische straling. We zijn daardoor geneigd om ze te negeren, maar als je er goed naar kijkt zie je dat het vaak mooie, sierlijke constructies zijn met een fraai uitgekiende vakwerkstructuur. De Nederlandse masten stammen af van een oerontwerp dat ooit gemaakt is door Gustave Eiffel, de vader van de Eiffeltoren. En dat is te zien; ze zijn doelmatig en toch mooi, met een soort ouderwetse elegantie.

Bij het zien van de mastman moest Co terugdenken aan de fotoserie die Ka jaren geleden maakte met haar toen net nieuwe digitale camera van de hoogste electriciteitsmasten van Nederland, de 163 meter hoge masten die de hoogspanningskabels over de Lek bij Lekkerkerk dragen. Het fotograferen van een elektriciteitsmast, zeker een aan het water, is een aanrader: afgezet tegen Hollandse wolkenluchten kun je eindeloos blijven variëren met patronen, lijnen, vormen en structuren.

Hoogspanningsmasten staan als reuzen in ons landschap. Net als de mastman kunnen ze iets menselijks hebben. Dat is ook het idee achter het leuke en originele ontwerp voor elektriciteitsmasten in IJsland (dat jammer genoeg door de crisis niet gebouwd is). Een idee dat ook opgepakt is in Lelystad en op internet.
Vindt u hoogspanningsmasten nog steeds niet mooi? Dat komt nog wel tegen de tijd dat ze uit ons landschap verdwijnen en zeldzaam worden. Dat moment is overigens dichtbij; TeneT is bezig met de introductie van een nieuw soort mast, de Wintrack: een onopvallende, efficiënte en dodelijk saaie mast. Wat zal er worden van onze oude Eiffelmasten? Ombouwen tot kunstzinnig 'landmark', zoals al gebeurd is in Groningen? Verbouwen tot windturbines? Het zal er wel op neer komen dat ze allemaal gesloopt worden en dat de laatste wordt verplaatst naar die nationale afvalbak voor overbodig geworden bouwsels, het Openluchtmuseum in Arnhem...

zaterdag 9 april 2011

Op expeditie langs land en water

Het lijkt weinig meer dan een hele grote zandbak, maar het is het allernieuwste stukje Nederland: de Tweede Maasvlakte bij Rotterdam. Afgelopen weekeinde bezochten Kaco dit nieuwe havengebied vóór de Nederlandse kust, samen met Harmjob en Krien. Met de Futureland Express boemelden we over de enorme vlakte die in de toekomst het nieuwe deel van de Rotterdamse haven moet worden.
Natuurlijk was dat niet het enige wat het gezelschap in Rotterdam deedt: er werd ook getafeld, gekkigheid uitgehaald en heel veel gefotografeerd...
En een bezoek gebracht aan het hoogtepunt van toeristisch Rotterdam: de Euromast. Voor Harmjob en Krien een plek om hun hoogtevrees met succes te overwinnen, voor Co een plek om te controleren of de landkaart in zijn hoofd nog klopt en voor Ka een plek om heerlijk uit te waaien en zich te verbazen over de vreselijke toeristische prullaria.
Het leukste aan een bezoek aan Rotterdam blijft natuurlijk de haven. Een goede ontdekking was de Fast Ferry van de RET. Voor slechts 5 euro een uur lang varen, langs de Maasvlakte, Hoek van Holland en de Maeslantkering, het sluitstuk van de Deltawerken. Met volop uitzicht op de grootste haven en de grootste zeeschepen ter wereld.
Over zeeschepen gesproken, ook de moeite waard: het passagierschip Rotterdam, dat nu in de haven uitgebaat wordt als kantoren, hotel en vooral toeristische attraktie. Een monument van Nederlandse scheepsbouw, met een zeer fraaie jaren 50 uitstraling. Inclusief kapiteinshut, zonnedek, een wanstaltige nachtclub en een rokerslounge met bijbehorende kunst. Meer foto's van dit uitstapje en schip Rotterdam op de website van Harmjob.
Maar het meest de moeite waard vond Co toch wel een weekend lekker weg zijn met Ka. Hij besefte weer helemaal hoe leuk en verrassend ze is!

dinsdag 23 november 2010

Een 2000 jaar oude terril van aardewerk

Bij de uitgang van de Cimitero Acattolico zag Co plots een bekend silhouet. De kale heuvel op een plek zonder hoogteverschil, het kruis bovenop, de rommelige industriële bouwsels er om heen: onmiskenbaar een terril. Maar in Rome zijn geen kolenmijnen en de heuvel is niet zwart... Wat kon het zijn? Indachtig de goede ervaringen met eerdere terrils besloot Co een kijkje te gaan nemen. Hij kwam er al snel achter dat dit de oudst bewaarde vuilnisbelt van Rome is: de Monte Testaccio. Een heuvel van meer dan 35 meter hoog die volledig bestaat uit de scherven van miljoenen en miljoenen amforae die daar 1700 tot 2000 jaar geleden is gestort, tijdens de hoogtijdagen van het oude Rome.Op de heuvel zelf kon Co helaas niet komen: rondom zijn er huizen tegenaan gebouwd en de enige toegang zat stevig op slot. Maar ook een ommetje er om heen was een fascinerend gebeuren. Ondanks zijn hoge ouderdom lijkt de schervenberg van dichtbij nog steeds op terrils in België en Duitsland. Hetzelfde schurftige-honden-uiterlijk van armoedige boompjes en struiken die wanhopig in leven proberen te blijven op het menselijke afval. Hetzelfde soort armoedige buurtjes rondom de aardverschuivingsgevoelige heuvel. Maar aan de andere kant ook totaal anders; een oranje ondergrond die alleen maar bestaat uit scherven en nog eens scherven, ooit stuk voor stuk amfora die met zorg gemaakt waren door nijvere ambachtslieden in alle hoeken van het Romeinse rijk. De Monte Testaccio is niet alleen een afvalheuvel, het is ook één van de grootste grotendeels ontongonnen archeologische vindplaatsen ter wereld.
Een afvalheuvel annex archeologische vindplaats met een hele eigen schoonheid, zeker als na een kort buitje opeens de zon doorbreekt en de schervenberg in een oranje gloed wordt gezet.

maandag 24 mei 2010

Alleen gekken en dwazen...

'Alleen gekken en dwazen krassen hun namen in muren en glazen' zegt een oud spreekwoord. Ongewenste graffiti kan een plaag zijn. Maar wat doe je als die plaag wordt aangericht door Nederlandse prinsen en prinsessen, tsarentelgen en Russische presidenten? En de graffiti bovendien soms meer dan twee eeuwen oud is? Dat is het dilemma van het Czaar Peter huisje in Zaandam.
In een verloederd straatje in Zaandam staat een allercharmanst 19e eeuws museumpje, dat gebouwd is als omhulsel voor het oudste nog bestaande houten huis van de Zaanstreek, een arbeiderswoninkje uit 1632. De 'claim to fame' van dit onopvallende pandje kwam in 1697 toen de Russische tsaar Peter de Grote er logeerde om het vak van scheepstimmerman te leren. De tsaar woonde er niet lang: al na acht dagen vluchtte hij naar Amsterdam, omdat er voor zijn huisje een volksoploop ontstond van nieuwsgierige Zaankanters.
Het huisje werd door dit bezoekje zo beroemd, dat het de eeuwen overleefde. Na een overstroming in 1825, waarbij het houtwerk van het huisje op een dramatische manier kromtrok, werd er zelfs een speciaal museum omheen gebouwd. Betaald door de Russische prinses Anna Paulowna, de vrouw van koning Willem II. Het huisje zou nog tot 1948 in bezit blijven van de Russische tsaren en andere afstammelingen van Peter de Grote.
Naast het kromgetrokken houtwerk is het meest opvallende aan het huisje dat het van onder tot boven vol zit met graffiti. Alle muren en alle ramen zijn beklad door bezoekers die zichzelf belangrijk genoeg vonden om hun naam te vereeuwigen in het huisje van de tsaar.
De oudste namen stammen uit de achttiende eeuw. Toen was dit pandje kennelijk al een dagtochtje waard. Daarmee is het Czaar Peterhuisje waarschijnlijk de oudste nog bestaande toeristische attraktie van Nederland. Al die namen zijn na honderd jaar zelf weer een stukje van de geschiedenis geworden. Nieuwe namen op de muren worden echter niet meer gewaardeerd, alleen voor mensen als de Russische presidenten Gorbatsjov en Poetin wordt nog een uitzondering gemaakt. En de rest? Die wordt streng vermaand om vooral op geen enkele manier naam te maken...

zondag 23 mei 2010

De wapenfabriek van Doornroosje

Voor rust hoef je niet de stad uit. Als je weet waar je moet zoeken, dan vind je zelfs op de drukste plekken nog oases van stilte. Plekken waar de tijd aan voorbij lijkt te gaan en waar de natuur even op adem kan komen in het stedelijke geweld.
Dankzij Depim zijn we zaterdag op zo'n plek geweest: het Hembrugterrein aan het Noordzeekanaal tussen Amsterdam en Zaandam.
Rond 1900 lag het terrein veilig binnen de Stelling van Amsterdam, de laatste vluchtplaats voor het Nederlandse leger bij een eventuele invasie. Daarom vestigde zich op het Hembrugterrein de Artillerie Inrichtingen, een staatsbedrijf dat wapens en munitie produceerde voor het Nederlandse leger.
Vanwege de geheimhouding en het ontploffingsgevaar werd het gebied vrijwel geheel van de buitenwereld afgesloten. En dat bleef het honderd jaar lang. Zeker nadat de fabrieken vanaf de jaren tachtig in onbruik raakten ontstond een Doornroosje-gebied: gebouwen vervielen en raakten overwoekerd. Het gebied werd een toevluchtsoord voor zeldzame planten en vogels.
Een wereld vol met mooie plekken en verrassende details....
... waaruit soms blijkt dat zelfs in deze voormalige wapenfabriek ooit mensen werken die wat schoonheid in hun omgeving wilden brengen.
Een boeiend gebied om eens rond te kijken, samen met Depim en Neef Sleutelstad.
Of het gebied nog lang in deze Doornroosjetoestand blijft? Kaco vreest van niet. Al staan veel van de monumentale gebouwen na 25 jaar verwaarlozing echt op instorten, toch struikelen allerlei partijen over elkaar heen in plannenmakerij rond deze 'A-locatie' tussen Zaandam en Amsterdam. De gemeente wil deze Parel in Zaanstad graag ontwikkelen, net als het rijk en architectenbureau Rau. Ook een stichting van enthousiaste professionals heeft zich inmiddels opgeworpen om iets leuks te doen in het gebied.
Kunnen we het niet zo doen als op dit aanplakbiljet uit 1940? Mondje dicht, deur op slot en de natuur lekker haar gang laten gaan. Kijken we over een jaar of 100 wel weer een keer wat er van geworden is...
Nieuwgierig naar het Hembrugterrein? Kijk hier voor meer foto's.