Posts tonen met het label eilanden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label eilanden. Alle posts tonen

zondag 11 maart 2012

Weekendje naar zee

Na (bijna) gedane arbeid is het goed rusten. Indachtig dit gezegde besloot Co om zijn laatste weekend in Engeland te besteden aan een uitje naar zee. Het werd een bezoek aan Portsmouth en het eiland Wight, omdat daar niet alleen een frisse zeewind waait maar ook een heleboel te zien is. Zoals bovenstaande uitkijktoren, sinds een paar jaar hét boegbeeld van het Den Helder van Engeland (nb: alle foto's zijn groter te maken door ze aan te klikken).
De grote attractie in Portsmouth was voor Co echter een bezoek aan de Victory, het enige nog bestaande linieschip ter wereld, 250 jaar oud en officieel nog steeds onderdeel van de Britse vloot! Het schip werd vooral beroemd als vlaggenschip van admiraal Nelson tijdens de Slag bij Trafalgar. Het glimmende plaatje op het dek (rechsboven) geeft aan waar Nelson sneuvelde tijdens die zeeslag die Engeland voor meer dan 100 jaar de heerschappij over de zeeën gaf.
Een bijna even grote attractie was een bezoek aan dat andere unicum in de haven van Portsmouth, de Warrior. De Warrior uit 1860 was de eerste Britse ironclad, een gepantserd slagschip. Het was in veel opzichten een overgangschip; het had zeilen en een kanonnendek dat sterk leek op dat van de Victory, maar ook pantserplaten, stoommachines en een badinrichting voor de nodige hygiëne (iets dat op een traditioneel zeilschip als de Victory ver te zoeken was). De Warrior is het enige Britse slagschip uit de 19e en 20e eeuw dat nog bestaat.
In verband met een aansluitend bezoek aan Wight had Co een hotelletje geboekt. Om onbekende redenen bleek zijn eenpersoonskamer de plaatselijke suite te zijn, zodat Co zeer riant tussen de lakens kon kruipen...
... en de volgende ochtend dan ook zeer opgefrist en ontspannen met de boot richting Wight kon gaan. In het havenstadje Ryde is de aankomst nog zeer traditioneel: de veerboot meert af aan een pier die ver voor de kust de zee in steekt. Vandaar wordt je naar de vaste wal gebracht met een treintje, dat om onduidelijke redenen bestaat uit voormalige rijtuigen van de Londense Tube.
Een rondrit met de bus over het eiland liet zien dat er wel meer traditioneel is op Wight: het is een eiland met een vriendelijk, kleinschalig landschap, oude huisjes en prachtige zeegezichten vooral aan de zuidkant. Het zal er 's zomers wel barstensvol zijn, maar zo in het vroege voorjaar is het een prettige plek om uit te waaien en tot rust te komen.
Natuurlijk kon de beroepsmatige interesse niet helemaal afwezig blijven en dus moest Co een bezoek brengen aan de Romeinse villa in Branding. Deze villa is vooral bekend vanwege de mozaïeken. Vooral het mosaïek van de eetruimte met een verzinnebeelding van de vier seizoenen (linksboven) is zeer fraai. Bijzonder is verder het mozaiek met een man met een hanenkop (rechtsonder), mogelijk een spotprent van de 3e eeuwse keizer Trebonianus Gallus (Gallus betekent haan in het Latijn). Let ook op het slot en sleutel van de villa rechtsboven.
Als afsluiter wandelde Co naar de Needles, de rotspunten aan de uiterste westkant van Wight. Onder invloed van de zee breken de krijtrotsen hier langzaam af, waardoor alleen een rijtje 'rotstanden' is overgebleven. Vlakbij de Needles ligt ook een wat treurig pretparkje, bovenop een klif dat vrijwel alle mogelijk kleuren zand in zich heeft. Het gekleurde zand van deze klif schijnt een grote aantrekkingskracht op creabea's uit heel Engeland te hebben. Boeiender vond Co dat de Britten deze uithoek van het eiland als basis hebben gebruikt voor hun 'geheime' raketexperimenten in de jaren 50 en 60.

zaterdag 18 september 2010

Arrr!

Weekendtip voor een ieder in de hele wereld die zich wel eens wil laten gaan: van onze goeroe, de vrouwelijke helft van het Olsterstel, master of Latijnse spreuken...

Morgen is het namelijk
Talk like a Pirate Day. en om je goed voor te bereiden op deze bijzondere feestdag hier een instructiefilmpje (let vooral ook op het mooie gebaar dat hoort bij het geluid ARRRR (dit heeft Ka vandaag al meermalen mogen bewonderen en het is nog niet eens 19 september).

Volgend jaar weer?

met dank aan de co-bloggers Olsterstel

zaterdag 21 augustus 2010

Kaco kijkt op Rottum

Nog wat duf, maar in blijde afwachting stonden elf familieleden en vrienden vrijdagochtend in alle vroegte gereed op de Noord-Groningse waddendijk te Noordpolderzijl. Na 3,5 jaar wachten was eindelijk de dag aangebroken van de expeditie naar Rottumeroog!
Vanuit het kleinste zeehaventje van Nederland vertrok de boot door een doolhof van geultjes naar het Groningse eilandje, dat sinds het vertrek van de familie Toxopeus onbewoond is.
Na een urenlange vaart en een half uurtje wadlopen waren we er dan eindelijk. Rottumeroog is geen oerlandschap; de overal aanwezige resten van menselijke aanwezigheid verraden de geschiedenis. Het is wel een wondermooie plek vol weidse landschappen en fotomomenten. Een plek waar je nog flessenpost kunt vinden en de ongenaakbare natuur kunt doorstaan.
Een plek waar de cirkel des levens in al zijn vormen aanwezig is. Met dode konijnen, smakelijk zeekraal (dat je zo uit de kwelder kunt eten) en de grootste zeehondenkraamkamer van de Waddenzee.
Een eiland met voor een ieder wat wils. Een hele dag op stap met mensen die elkaar niet zo goed kennen is een risico, maar alle elf hadden ze een topdag! En iedereen beleefde het eilandgevoel op zijn of haar eigen wijze....
Zodat we 14 uur na de start moe maar voldaan allemaal weer onze eigen weg gingen....
Voor de deelnemers aan dit bijzondere uitje, hebben we al onze foto's in groot formaat op internet gezet.

zaterdag 26 september 2009

De Reuzenalk

Tijdens ons recente bezoek aan de Artisbibliotheek kwam Co dit boek tegen, The Great Auk or Garefowl van Symington Greeve. Greeve was een Schotse whiskeyhandelaar die al zijn vrije tijd besteedde aan het onderzoeken van de Reuzenalk, de Noord-Atlantische pinquin. Greeve heeft zijn onderzoeksobject echter nooit zelf gezien: toen uiteindelijk in 1885 zijn magnus opus verscheen, honderden bladzijden geleerdheid over de grootste zeevogel van de noordelijke zeeën, was het onderzoeksobject zelf al meer dan 40 jaar uitgestorven.

Co houdt van dit soort boeken. Iedereen die een degelijk en zo compleet mogelijk boekwerk schrijft over een onderwerp dat in de ogen van de meeste mensen volslagen futiel is heeft Co's warme steun. Daar komt bij dat Co een zwak heeft voor de doodlopende paden van de geschiedenis. Historische ontwikkelingen die in de kiem gesmoord zijn, achterhaalde opvattingen, vergeten technieken en diersoorten die het niet gehaald hebben, ze hebben allemaal zijn oprechte belangstelling. U zult begrijpen dat Co dit boekwerk moest en zou lezen. Omdat het boek in Artis het enige Nederlandse bibliotheek-exemplaar bleek te zijn, werd een zoektocht op internet op touw gezet. Uiteindelijk bleek een uitgevertje in Amerika het herdrukt te hebben. De kopie is van een vreselijke kwaliteit, maar in ieder geval kan Co alles lezen over deze uitgestorven vogel (gekocht samen met een veel mooier vormgegeven, maar inhoudelijk veel minder sterk boekje over de Reuzenalk):
Al is de Reuzenalk dan uitgestorven, helemaal verdwenen is hij niet. Toen de vogel begin 19e eeuw echt zeldzaam werd ontstond er een soort wedloop tussen vogel 'liefhebbers' en trofeeënjagers om de laatste exemplaren. Niet om ze te beschermen, maar om ze op te zetten. Aan hun inzet is het te 'danken' dat er wereldwijd nog zo'n tachtig opgezette reuzenalken over zijn, waaronder één in Leiden. De vogel bleef nog jarenlang een hype: verzamelaars betaalden reusachtige bedragen voor opgezette exemplaren en eieren.
De reuzenalk is typisch zo'n vogel die door overbejaging ten onder is gegaan. In veel opzichten leek hij sterk op de pinguin: een grote, zwartwitte, niet-vliegende vogel. Pijlsnel in het water, maar onhandig waggelend op land. Een makkelijk te vangen snack-op-pootjes voor de vissers en zeelieden die 's zomers de eilanden bezochten waar de reuzenalk in kolonies broedde. De reuzenalk had de pech dat hij precies op eilanden langs de Noord-Atlantische zeevaartroutes broedde: bij Newfoundland, de zuidkust van IJsland en de Schotse eilanden. Rond 1800 was de vogel in Noord-Amerika uitgeroeid. Daarna ging het hard: het laatste toevluchtsoord van de Reuzenalk, het voor mensen ontoegankelijke IJslandse eilandje Geirfuglasker verzonk in 1830 in de golven. In 1840 werd de laatste reuzenalk op de Europese kust doodgeslagen op de St. Kilda eilanden, omdat de bewoners dachten dat het een heks was. En 4 jaar later, op 3 juni 1844, werd het allerlaatste broedende paartje reuzenalken gedood door visser op het eilandje Eldey bij IJsland. Hun ei viel daarbij kapot op de rotsen....



Met een knipoog naar J.M.W. Turner maakt kunstenaar Erol Fuller dit schilderij The evening of June 2, 1844 van het laatste paartje reuzenalken op hun laatste avond.



zondag 6 september 2009

Op een onbewoond eiland

Eigenlijk was het de bedoeling dat Kaco met een hele club familie en vrienden vrijdag naar het onbewoonde waddeneilandje Rottumeroog zouden gaan. Donderdagavond kregen we echter te horen dat de tocht vanwege de hoge waterstand niet doorging. Om onze kans op natte voeten niet te laten schieten, zijn we snel op zoek gegaan naar een ander onbewoond eiland. En die vonden we, in de Lek onder de rook van Lopik: het riviereilandje De Bol. De Bol ontsnapt aan de aandacht van eilandliefhebbers omdat het door een dammetje met het vaste land verbonden is. Maar twee keer per dag, tijdens hoogwater, verdwijnt de dam in de diepte en wordt De Bol weer een heus eiland.

Voor wie nu denkt: hoogwater in een rivier midden in Nederland? Zijn de Kaco's gek geworden? Nee, het is echt waar: tot aan Nieuwegein werkt eb en vloed door op de Lek. En dat heeft gezorgd voor een bijzonder landschap op het eiland. Hoewel het eiland op korte afstand van beide oevers ligt, heeft het alle elementen van een waddeneiland: stuifduinen, (grind)stranden, een klif, een schorrengebied en een polder. Alles in miniatuurformaat.

zaterdag 8 augustus 2009

Tiengemeten

Tiengemeten, een eiland vol Weemoed, Wildernis en Weelde, volgens Natuurmonumenten. Afgelopen tien jaar werd dit voormalige boereneiland omgebouwd tot een natuurpretpark. Tijd voor Kaco om polshoogte te nemen. Uit betrouwbare bron (voormalig Kaasstads werknemer bij Oogst) kenden we het schrijnende verhaal van arme boeren die moesten wijken voor de milieumafia. Inmiddels kennen we ook een andere kant van het verhaal. Over eilandbewoners die liever geen pottenkijkers op hun eiland hadden en de 'onvermijdelijke' ombouw van het eiland tot slibdepot, kerncentrale of pretpark. Zo gezien was de mileumafia toch niet zo'n slechte optie.

Kaco's ervaringen: lekker stil, gemene steekvliegen met felgroene kijkers, mooi, lekker biertje en eten, leuke herberg, directieve paden van Natuurmonumenten, kinderen kunnen geen kunst maken, heerlijk om einden te struinen zonder mensen te zien en zonder auto's.

Natuurmonumenten heeft naar ons idee al te nadrukkelijk geprobeerd een concept neer te zetten op het eiland. Hiervoor is veel van de wildernis, weelde en weemoed eerst tegen de vlakte gegooid om het daarna weer op te bouwen. Ook wij, als bezoekers worden erg gestuurd in wat we moeten beleven. Het is een 'high profile project' en dat merk je. Kaco is nieuwsgierig (en een beetje hoopvol) dat als de greep van Natuurmonumenten iets losser wordt, Tiengemeten zich verder ontwikkelt tot een prachtig natuureiland waar je welkom kunt vertoeven.