Wat Co zich nooit gerealiseerd had voordat hij naar Oxford kwam, is dat Engeland niet alleen een bierland (pardon ale-land) is, maar ook een cider-land. Net als in Frankrijk kun je de alcoholische appeldrank (een enkele keer perendrank) hier echt overal krijgen. Wat opvalt is dat Engelse cider veel sterker is dan Franse: vaak 7 of 8%, veel sterker dus dan Engels ale. Ook valt het enorme aantal merken op. Een beetje pub heeft meerdere ciders op de tap en elke supermarkt heeft een breed assortiment, van goedkope plastic megaflessen tot exclusieve varianten van de geliefde fruitnat.
Hoewel, fuitnat... Eén merk maakt reclame dat het 'cider met fruit' is. Als dat bijzonder is, waarvan zijn de rest van de ciders dan gemaakt?















Als je binnenkomt dan weet je dat dit geen normaal biercafé is. Ze hebben een enorme bar met tientallen taps, maar je mag er niet zelf een biertje halen. Het interieur is trendy, de mooi uitgelichte wand vol flessen ziet er schitterend uit. Dit is biercultuur, maar dan wel op z'n Italiaans.
Dankzij de populariteit van deze nieuwe bieren neemt het aantal biercafés in Italië hand over hand toe. En toch: bier mag dan trendy zijn, je cultuur er op aanpassen is een tweede. Bestel je hier een fles, dan wordt ie speciaal aan tafel opengemaakt en met Latijnse zwier ingeschonken. Je mag 'm nog net niet voorproeven.... Ach, alle verandering is moeilijk: je kunt de wijn wel uit de Italiaan halen, maar daarmee haal je de Italiaan nog niet uit de wijn(cultuur).