
"But we were dragons. We were supposed to be cruel, cunning, heartless and terrible. But this much I can tell you, you ape...we never burned and tortured and ripped one another apart and called it morality.”




Veel bekende verhalen en fictieve figuren zijn in Oxford ontstaan. Op veel plaatsen in en rond Oxford kun je dan ook locaties vinden die de inspiratie hebben gevormd voor deze verhalen: de pub van Morse, het veldje waar Alice in het konijnenhol verdween, de Shire waar Tolkiens hobbits vandaan kwamen en vele anderen. Geen wonder dat je al snel zelf literaire associaties gaat maken bij opvallende plekken. Zoals bij deze boom, een enorme zwarte den, die een eigen identiteit lijkt te hebben. De boom was de inspiratie voor de enten, de levende bomen uit Tolkiens In de ban van de ring. Maar met z'n enorme, strijdvaardig omhoogstekende takken zou het ook zomaar het voorbeeld kunnen zijn geweest voor de agressieve Whomping Willow uit Harry Potter.
De boom staat in de botanische tuin van de universiteit van Oxford, een mooi complex dat in oorsprong uit de 17e eeuw stamt. Met z'n lanen, bomen, kassen en oude grandeur is het zelfs in januari een plezier om te bezoeken. Hoewel direct naast het drukke High Street ligt, is het een heerlijk ontspannende, bijna meditatieve plek.
Een effect dat versterkt wordt door de vele speciale bomen die een grote aantrekkingskracht op mensen lijken te hebben. Dat geldt in het bijzonder voor deze rode Chinese berk, die met gespreide takken op je staat te wachten als je door het kleine poortje de ommuurde tuin uit komt. Onweerstaanbaar voor tree huggers.
Het schijnt nu pas echt winter te worden in Nederland, maar hier in Oxford zijn de eerste tekenen van het voorjaar al zichtbaar. De sneeuwklokjes zijn al bijna uitgebloeid en de krokussen steken nu de kop op.
Hoewel het ook hier best fris is, geeft de aanblik van deze lentebodes in een pril zonnetje Co toch altijd weer een warm gevoel van binnen.

Co deed vanavond opnieuw geestverrijkende ervaringen op in Oxford. Deze keer niet van het alcoholische soort, maar van zeer uiteenlopende aard. Op uitnodiging ging Co mee naar de evensong in de kathedraal van Oxford. Een soort kerkdienst begeleid door het Christ Church Cathedral Choir. De jongens en mannen van dit koor (het is een strikt mannelijke aangelegenheid) zijn afkomstig van een 500 jaar geleden speciaal voor het koor opgerichte school, naar het schijnt het oudste van Engeland. Co is geen geregelde kerkganger, zijn laatste kerkbezoek was vorig jaar in Rome, maar deze dienst maakte grote indruk. De ervaring was bijna meditatief, door de grote rust en de zeer hoge kwaliteit van de gezangen.
Na afloop ging Co door naar een lezing over ultra physics, het onderzoek naar uiterst kort durende verschijnselen, gegeven door een wereldvermaard specialist op dat gebied, professor Walmsley. Een spannende en geestverrijkende ontdekkingstocht door een voor Co onbekende wereld van de snelle verschijnselen, zoals de beweging van moleculen en atomen.
Het was niet alleen de hoge kwaliteit die deze ervaringen bijzonder maakt. Het is ook de ambiance waarin het gebeurt. Tijdens de evensong wordt de kathedraal van Oxford verlicht met kaarsen. Dat geeft een warme gloed en een knus gevoel in het fraaie kerkgebouw met het voor oude Engelse kerken zo kenmerkende plafond dat er uit ziet alsof het van kant is.
Dat wordt nog versterkt doordat de kathedraal een beetje buiten de wereld lijkt te staan. Het is namelijk onderdeel van Christ Church College, één van de belangrijkse colleges van Oxford. De stichter van dit college, de Engelse kardinaal en staatsman Wolsey, was zo machtig geworden onder koning Hendrik VIII dat hij het zich kon veroorloven om de kathedraal in te pikken voor zijn bouwplannen.
Het interieur van het college is schitterend en op een vage manier bekend. Het is namelijk gebruikt voor taal van filmopnames, van Brideshead Revisited tot Harry Potter. De vage herkenning roept een wat onwerkelijke en quirky sfeer op die nog versterkt wordt door de stewards in Christ Church, steevast hoogbejaarde kromme mannetjes met een bolhoedje op.
De lezing vond plaats in het Museum of the History of Science, ook al zo'n bijzondere plek. Het is gevestigd in wat volgens de Engelsen het oudste speciaal gebouwde museum ter wereld is, het oude Ashmolean Museum uit 1683. Binnen is het een rariteitenkabinet van wetenschappelijke voorwerpen, zoals oude maankaarten, schitterende messing microscopen en instrumenten, achttiende eeuwse sterrenkijkers en, pronkstuk van de collectie, een ingelijst schoolbord waar Albert Einstein zelf nog op heeft geschreven in 1931. Stuk voor stuk zeer uitzonderlijke voorwerpen die even aan de kant werden geschoven om ruimte te maken voor het praatje van de professor.
Daar staat Co dan smart te wezen in de Blackfriars Hall in Oxford. Met bijzonder gezelschap en een glas wijn dat tien jaar voor z'n geboorte was gebotteld. De 'Hall' van de paters Dominicanen in Oxford is twee keer per Term de locatie voor de wijnproeverij van de Blackfriars Wine Society en Co mocht daar aan deelnemen.
Deelnemen doe je uiteraard niet in je dagelijke kloffie. De dresscode was 'formal, smart' en dat betekent in de Oxfordse praktijk black tie: dinner jacket, bijpassende broek, wit shirt, manchetknopen en vlinderdasje ('bow tie'). Na een bezoek aan Walters of Oxford (Gentlemen's outfitters) was Co er helemaal klaar voor.
En met hem zijn kompaan voor deze avond, de Engelsman David, hier samen gekiekt in de common room van Brasenose College. Af en toe is zo'n 'verkleedpartij' best leuk als voorbereiding op een avond uit.
En de geschonken wijnen maakten de verkleedpartij ook de moeite waard. De Wine Society had voor deze avond als thema Rhone-wijnen gekozen, met nadruk op wijnen uit het gebied van Châteauneuf-du-Pape. Een aantal bijzonder mooie wijnen uit de jaren 90 werden geserveerd, maar hoogtepunten waren vooral de wijnen uit 1964 en 1961.
Het geheel werd aangekleed met een kaasbuffet, goede conversatie en een buste van de patroonheilige en muze van de Wine Society, Roger Scruton. Deze conservatieve denker is, naar Co begreep, tot muze van de Blackfriars Wine Society verheven omdat hij de enige bewoner van Blackfriars Hall is die nog nooit bij een bijeenkomst van de Wine Society is geweest. Het is het soort Engelse logica waar geen speld tussen te krijgen is.
Het soort heren dat zich op deze avond onder een goed gesprek het halve eeuw oude druivenvocht liet welgevallen. Voor Co niet alleen een smakelijke avond maar ook een leerzame ervaring in het dragen van formele kleding.