Posts tonen met het label natuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label natuur. Alle posts tonen

dinsdag 10 juli 2012

Archeobotanie

Wat Co zich vooraf niet gerealiseerd had, is dat archeologie zich niet alleen in de grond, maar ook boven de grond afspeelt. Samen met de eminente professor M. maakte hij een field survey, waarbij alle Romeinse bouwsels, stenen en monumenten beschreven worden die nog aan de oppervlakte te zien zijn. Dat moet grondig gebeuren. Ook als die resten midden in het groen liggen (lees braamstruiken en andere nare prikkelplanten). Co en prof M zijn daarom de eerste dagen meer als tuinmannen dan als archeologen in de weer geweest.
Maar het resultaat mag er zijn. Zo legden wij gezamenlijk bovenstaande ruïne (mogelijk resten van een Romeinse villa) bloot. Twee dagen eerder was de ruïne in het struikgewas niet eens te zien.
 En zelfs de ervaren prof. M (een overtuigd tuinloze stadsbewoner) is best een beetje trots op onze gezamenlijke tuinierkwaliteiten.
 Het resultaat was dit doorkijkje door het gebouw, mogelijk een cysterne, een opslagkelder voor water.
Niet alleen archeologisch leverde het leuke ontdekkingen op. Een onvoorstelbare hoeveelheid verschillende soorten planten en diertjes kwamen uit het struweel, waaronder deze forse gele spin (ongeveer twee keer zo groot als een volwassen kruisspin).

zondag 25 maart 2012

Starry, starry night

Deze blog begint met enkele bijzonder donkere foto's, pogingen van Co om het bezoek van Kaco en het Olsterstel aan de volkssterrenwacht in het Twentse Lattrop weer te geven. Helaas schoten onze fototoestellen hopeloos te kort in de Twentse duisternis, maar misschien is het nog net mogelijk om boven de sterrenwacht met de koepel van de grote telescoop te zien.

Flitsen was uit den boze, dus zult u het moeten doen met de vage pijp hierboven. Het is de trots van de sterrenwacht: één van de grootste publiekstoegankelijke telescopen van Nederland. En door zijn plek in één van de donkerste gebieden van Nederland waarschijnlijk de publiekstelescoop met het beste beeld. Elke zaterdagavond is het kijkavond in de sterrenwacht. Een bezoek meer dan waard! De enthousiaste vrijwilligers hebben iets moois van hun sterrenwacht gemaakt, met niet alleen de telescoop, maar ook een tentoonstelling over sterrenkunde en de manier waarop mensen dingen waarnemen, een filmzaal en een volledig digitaal koepelplanetarium dat het zonnestelsel van alle kanten kan tonen (een moderne versie van Eijsinga's planetarium in Franeker).Met de vele kleinere sterrenkijkers en zelfs een echte meteoriet is het voor jong en oud een bijzondere plek om de wonderen van het heelal te leren kennen. En er zijn zoveel wonderen in de ruimte om van te genieten en over na te denken. Kijk bijvoorbeeld eens naar de planeten in ons zonnestelsel en het enorme verschil in grootte. Ons aarde, met alle 7 miljard mensen er op, is het derde bolletjes van boven. Nietig in vergelijking met Jupiter en Saturnus. En geniet van de vele opvallende en schitterende foto's die de Hubble ruimtetelescoop van het heelal maakte (een mooi overzicht staat op de Hubble-website)Na zoveel inspiratie moesten we natuurlijk zelf ook proberen om de sterren op de foto te zetten... Maar helaas, zoals gezegd waren onze digitale toestelletjes kansloos. De zwarte plaat hierboven was de beste foto. In de witte stipjes linksonder is nog net het 'steelpannetje' van het sterrenbeeld Grote Beer te ontdekken.

zaterdag 18 februari 2012

Natuur als kunst

Ik vind het een heel ontroerend plaatje. Natuur geeft vaak demooiste kunstafbeeldingen. Als je meer wilt weten klik dan hier door.

woensdag 8 februari 2012

dinsdag 7 februari 2012

De wonderlijke zoektocht naar donkere materie

Afgelopen week was Co's collega Marike op bezoek in Oxford. Marike was gelijk met Co in Rome en ze delen een behoefte om de wereld te verkennen en te begrijpen. Ook buiten hun eigen onderzoeksterrein. Zo kwam het dat een oud historicus en een archeoloog samen in het Lecture Theatre van de Oxfordse afdeling natuurwetenschappen terecht kwamen om te luisteren naar een lezing van een professor van de CERN die zich bezig houdt met de detecteren van 'dark matter', donkere materie, een vorm van materie die essentieel is voor het functioneren van het heelal maar nog nooit is waargenomen.
Uit populair-wetenschappelijke tijdschriften kregen Co en Marike de indruk dat dit ongrijpbare materiaal gezocht wordt door een vat vol detectiemateriaal neer te zetten en dan domweg te wachten of er een miniscuul lichtflitsje optreedt van een donker materiedeeltje dat botst op een normale atoom. Zo'n beeld is natuurlijk veel te naïef en daarom waren Co en Marike zo blij om bij een bijeenkomst te mogen zijn van 's werelds knapste koppen die zouden laten zien hoe het werkelijk ging met het detecteren van donkere materie.
Helaas viel dat een beetje tegen: het bleek vooral een kwestie te zijn van het bouwen van een vat vol detectiemateriaal en dan domweg afwachten of er een miniscuul lichtflitsje optreedt. Gebeurt dat, dan vraag je subsidie aan voor een groter vat om die waarneming te bevestigen (als het niet gebeurt vraag je overigens ook subsidie aan voor een groter vat: dan was je detectievat blijkbaar niet groot genoeg voor een waarneming). Mocht je het geluk hebben dat je waarneming zich herhaalt, dan ga je vervolgens met al die knappe koppen bij elkaar zitten om te bedenken wat je nou eigenlijk gezien hebt... Kortom, ook in de quantumfysica handelen mensen gewoon als mensen: volgens trial and error. Ergens is dat wel een geruststellende gedachte.
Minder geruststellend is dat geen van de aanwezige fysici de grondslag onder dit onderzoek in twijfel leek te trekken. Hoewel we eigenlijk niets weten over donkere materie en de energietegenhanger ervan, donkere energie, menen natuurkundigen het toch nodig te hebben om het heelal om ons heen te verklaren. Volgens Einstein heeft alle materie, sterren, planeten en zelfs mensen, zwaartekracht. Die zwaartekracht is afhankelijk van de massa van elk 'voorwerp' (zie hier voor uitleg over zwaartekracht). In theorie bepaalt de wisselwerking van zwaartekracht tussen planeten, sterren en melkwegstelsels hoe ons heelal er uit ziet. Het probleem is echter dat, voor zover we kunnen zien, alle sterren en nevels bij elkaar te weinig massa hebben om de vorm van het heelal te kunnen verklaren. De totale massa moet ongeveer 6,5 keer zo groot moeten zijn dan dat van alle waarneembare sterren enzovoort bij elkaar. Dit wordt verklaard door er vanuit te gaan dat de rest van de noodzakelijke massa bestaat uit donkere materie.
Tot overmaat van ramp komt hier bij dat het heelal versneld lijkt uit te dijen, terwijl die uitdijing onder invloed van zwaartekracht steeds minder snel zou moeten gaan. Dit zou betekenen dat er een nieuw soort energie zou moeten bestaan die de zwaartekracht kan overwinnen: donkere energie (dark energy). Deze donkere energie zou een enorm vermogen moeten hebben, zo groot dat het 74% zou moeten uitmaken van alles dat in ons heelal aanwezig is. Het gevolg is dat volgens de huidige natuurkundige modellen alle sterren, nevels en energie die we kunnen waarnemen slechts 4% van het totaal lijken uit te maken! De rest bestaat uit donkere materie (22%) en vooral donkere energie (74%).
Het idee dat 96% van ons heelal (en dus ook van onze aarde) bestaat uit materie en energie waar we niets over weten en die we niet kunnen waarnemen is hoofdpijnverwekkend. En onwaarschijnlijk. Als Co met een onderzoek aan komt zetten waarvan slechts 4% met bronnen onderbouwd wordt en de rest uit onbewijsbare theorie bestaat dan zou er puree van gemaakt worden. Terecht. Gelukkig zijn het 'slechts' modellen: het kan zijn dat ze niet kloppen. Zo is het idee van het versneld uitdijende heelal vooral gebaseerd op waarneming van één soort sterren (supernova's) die geacht worden altijd en overal even helder te schijnen. Mochten er fluctuaties in die helderheid zijn, dan valt de belangrijkste steunpilaar onder het versneld uitdijende heelal weg en vervalt de noodzaak om 74% van ons heelal met donkere energie te vullen.
Eigenlijk geldt dat ook voor donkere materie. Wat de fysici hopen te vinden in hun detectievaten zijn WIMPs, deeltjes die alleen reageren op zwaartekracht en zo traag zijn dat ze nauwelijks energiesporen achterlaten. Maar uiteindelijk gaat het niet om deze wimp, maar om de vraag die er achter ligt: hoe is het verschil tussen de zichtbare massa in het heelal en de gemeten zwaartekracht te verklaren?Zwaartekracht is de meest invloedrijke, maar tegelijk minst begrepen kracht in ons universum. Het is de enige van de vier fundamentele natuurkrachten die niet gekoppeld kan worden aan een elementair deeltje en het wordt daarom buiten het standaardmodel gehouden, het kader waarbinnen deeltjesfysici onderzoek doen. Kort samengevat: WE WETEN NIET WAT ZWAARTEKRACHT IS. En we weten al helemaal niet hoe het precies werkt.
Misschien was dat wel het meest teleurstellende aan de verder boeiende lezing die Marike en Co meemaakte bij de Oxfordse natuurkundigen: de totale focus op het zoeken van een theoretisch deeltje dat alleen kan bestaan als je vanuit een bepaalde theorie kijkt. Waar zijn de alternatieven? Niemand bij de bijeenkomst bracht de hamvraag op tafel: wat is zwaartekracht eigenlijk? Zou het kunnen zijn dat we die verkeerd interpreteren? Een nieuwe kijk op zwaartekracht zou er wel eens toe kunnen leiden dat het met donkere materie net zo afloopt als met vele andere wetenschappelijke theorieën waar in het verleden veel geld en denkracht in is gestoken, zoals flogiston en de zoektocht naar het onbekende Zuidland (het enorme continent met de naam Terra Australis Incognita aan de onderkant van deze laat 16e eeuwse wereldkaart).
De ontdekkingsreizigers in de 17e en 18e eeuw maakten met hun reizen de potentiële ruimte voor het Zuidland steeds kleiner tot er uiteindelijk onvoldoende land overbleef om de beoogde theoretische rol te spelen als tegenwicht tegen de noordelijke continenten. Dat lijkt sterk op wat er nu gebeurt in het onderzoek naar de WIMP. Er is een potentieel gebied waarin de WIMP zich zou kunnen bevinden, maar met elke detectieproef van de deeltjesfysici wordt daar weer een stukje van afgeknabbeld. Een voorspelling van Co: uiteindelijk zullen de fysici wel iets vinden, maar het zal niet het ongrijpbare donkere materiedeeltje zijn. Goede kans dat tegen die tijd 96% van ons heelal een hersenspinsel blijkt te zijn geweest.

zondag 29 januari 2012

Literaire boom

Veel bekende verhalen en fictieve figuren zijn in Oxford ontstaan. Op veel plaatsen in en rond Oxford kun je dan ook locaties vinden die de inspiratie hebben gevormd voor deze verhalen: de pub van Morse, het veldje waar Alice in het konijnenhol verdween, de Shire waar Tolkiens hobbits vandaan kwamen en vele anderen. Geen wonder dat je al snel zelf literaire associaties gaat maken bij opvallende plekken. Zoals bij deze boom, een enorme zwarte den, die een eigen identiteit lijkt te hebben. De boom was de inspiratie voor de enten, de levende bomen uit Tolkiens In de ban van de ring. Maar met z'n enorme, strijdvaardig omhoogstekende takken zou het ook zomaar het voorbeeld kunnen zijn geweest voor de agressieve Whomping Willow uit Harry Potter.De boom staat in de botanische tuin van de universiteit van Oxford, een mooi complex dat in oorsprong uit de 17e eeuw stamt. Met z'n lanen, bomen, kassen en oude grandeur is het zelfs in januari een plezier om te bezoeken. Hoewel direct naast het drukke High Street ligt, is het een heerlijk ontspannende, bijna meditatieve plek.Een effect dat versterkt wordt door de vele speciale bomen die een grote aantrekkingskracht op mensen lijken te hebben. Dat geldt in het bijzonder voor deze rode Chinese berk, die met gespreide takken op je staat te wachten als je door het kleine poortje de ommuurde tuin uit komt. Onweerstaanbaar voor tree huggers.

zaterdag 28 januari 2012

Lentebode

Het schijnt nu pas echt winter te worden in Nederland, maar hier in Oxford zijn de eerste tekenen van het voorjaar al zichtbaar. De sneeuwklokjes zijn al bijna uitgebloeid en de krokussen steken nu de kop op.
Hoewel het ook hier best fris is, geeft de aanblik van deze lentebodes in een pril zonnetje Co toch altijd weer een warm gevoel van binnen.

zondag 22 januari 2012

Stargazing

Zo ziet de Jupiter, de grootste planeet van ons zonnestelsel er uit door een telescoop. De stipjes er om heen zijn de grootste manen van Jupiter: Io, Europa, Ganymedes en Callisto. Deze Galileïsche manen werden in 1610 ontdekt door de Italiaanse sterrenkundige Galileo Galilei. Een belangrijke ontdekking, want de manen in een baan rond Jupiter vormden het eerste bewijs dat niet alle hemellichamen om de aarde draaiden zoals tot dan toe door de meeste mensen werd aangenomen.Co zag Jupiter en zijn maantjes voor het eerst van zijn leven met eigen ogen op het dak van het astronomiegebouw in Oxford. Met vele andere mensen mocht hij daar door telescopen kijken en genieten van het aanzicht van Jupiter en de Orionnevel. Het was onderdeel van Stargazing Live, een reeks evenementen gepromoot door de BBC om mensen overal in Groot-Brittannië naar de sterren te laten kijken en met astronomie in aanraking te brengen.In Oxford was het een groot succes: de hele middag en avond stond er een lange wachtrij voor de ingang. De Oxfordse astronomen waren duidelijk overdonderd door de grote opkomst en probeerden er alles te doen om de tot anderhalf uur oplopende wachttijd te veraangenamen. Op aandoenlijke en soms licht autistische wijze werden de wachtenden beziggehouden met korte vertellingen over het heelal, het beantwoorden van vragen, een bemoedigend woord en het met ruime hand uitdelen van goodies als posters, kaarten en stickers.Wat Co zo verraste was de veelzijdigheid van het publiek. Niet alleen mensen uit de academische hoek, maar mensen van allerlei slag, van jong tot heel oud. Binnen was er voor iedereen iets te beleven: naast het sterrenkijken zelf waren er kaarten met sterrenkijktips voor de doeners, knutselhoeken en papiermodellen van de Henschel satelliet voor kinderen en een markt waar onderzoek werd gepresenteerd door enthousiaste astronomen en fysici. Zoals deze aardige Italiaanse astronoom met wie Co een boeiend gesprek had over het ontstaan van het heelal en melkwegstelsels. Aardig was ook dat op alle glazen kantoordeuren stond geschreven wie er werkte en wat hij of zij onderzocht. Het schrijven op ramen is overigens algemeen gebruik bij de Oxfordse astronomen. Veel ramen waren helemaal volgekalkt met wiskundige formules. Maar het leukste bleef toch het zelf sterrenkijken. Op een tweede plaats kwam het bewonderen van de mooie astronomische foto's. Vooral deze foto raakte Co. Het is een foto van de geringde planeet Saturnus die de zon afdekt. Een zonsverduisering op astronomische schaal, in 2006 gekiekt door de Cassini-Huygens ruimtesonde. Wat deze mooie foto écht bijzonder maakt, is te zien als u 'm uitvergroot door er op te klikken. Aan de linkerkant, tussen de lichte ringen en de ijle buitenring staat een heel klein lichtend stipje. Het is onze eigen planeet Aarde die er doorheen piept, gezien vanuit de onmetelijke ruimte.

zondag 15 januari 2012

Een dagje naar het universiteitsmuseum

Vandaag een extra lange blog met veel foto's. Niet alleen omdat Co komende week weinig tijd voor bloggen gaat hebben (de Term begint morgen officieel), maar ook omdat hij naar een plek is geweest die er gewoon om vraagt om veel foto's te laten zien: het Oxford University Museum. Alle foto's kunnen overigens uitvergroot worden door er op te klikken.
Het Oxford University Museum for natural history is zo'n typisch 19e eeuwse museumkathedraal: van buiten neogotisch en van binnen een indrukwekkende zaal met glazen daken en gietijzeren zuilen, waarin de enorme dinosaurusskeletten goed uitkomen.
Het in 1860 geopende gebouw was een voor die tijd praktisch museumgebouw. Voorzien van zuiltjes gemaakt van gesteenten uit alle hoeken van Groot-Brittannië en beelden van beroemde wetenschappers, zoals Darwin die in die jaren nog als uiterst controversieel gold. De zuilen en beelden waren bedoeld als hulpmiddelen bij aanschouwelijk onderwijs, maar uiteraard waren het nadrukkelijk ook statussymbolen om het aanzien te onderstrepen van de moderne natuurwetenschappen en de rol van de Oxfordse universiteit daar in.
Vandaag de dag is het vooral een boeiend en erg bezoekersvriendelijk museum, met een tentsoonstelling die niet alleen zeer uitgebreid is, maar waarin veel aandacht is besteed aan de esthetiek, de manier waarop de tentoonstelling aan het publiek wordt gepresenteerd.
Een hele aardige geste daarbij is dat je als bezoeker niet overal met je handen van af hoeft blijven. Onder het motto 'please touch', mogen bezoekers zelf ervaren hoe dierenvachten, skeletten en zelfs meteorieten voelen.
Zelf vond Co het leukste aan het museum dat je ineens oog-in-oog kunt staan met de meest bijzondere dieren, zoals de reuzenalbatros of de kakapo, die we al eerder in deze blog van z'n kinky kant hebben laten zien.
Het meest uitzonderlijke dier van allemaal is de Oxford dodo. Het wat treurige verdroogde hoofd bovenaan is het laatste restant van de enige opgezette dodo die nog op de wereld bestaat. Voor de rest moeten we het doen met skeletten en replica's. Desondanks (of juist daarom) is de arme vogel een icoon voor Oxford geworden. De stad vereenzelvigt zich ermee, er zijn dodosouvenirs, poppen en boeken. Het bekendste voorbeeld uit de laatste categorie is natuurlijk de dodo in Alice in Wonderland (u weet wel, met die hartenkoningin, lachende kat en konijn met horloge) dat ook in Oxford speelt.
Naast deze ster waren er ook vele andere bijzondere zaken te zien, zoals de schedel van de iconische triceratops, en het kleine schedeltje van de pas ontdekte Homo Floriensis, de minimens van het Indonesische eiland Flores. Waarschijnlijk de laatste andere mensensoort die op aarde bestaan heeft naast de moderne mens.
Ook was er aandacht voor rariteiten als het grootste wespennest ooit in Engeland gevonden (deze wespen hadden zich strategisch genesteld tussen een druk bezochte pub en een suikerbakkerij, zodat ze onbeperkt voedsel hadden) en een display met reuzenkakkerlakken die bij het publiek de nodige consternatie opriep, vooral toen bleek dat het levende kakkerlakken waren... Co probeerde ze te filmen en heeft daarbij de camera per ongeluk schuin gehouden. Dat doet overigens niets af van het effect:

Niet alleen liefhebbers van opgezette beesten en skeletten komen in het Oxfordse universiteitsmuseum aan hun trekken. Het museum bestaat namelijk uit twee delen: achter de zaal over natuurhistorie, staat het Pitt Rivers Museum, een tweede 19e eeuwse zaal tot de nok gevuld met de antropologische verzameling. Dat betekent heel veel verentooien, kano's, kleding, amuletten, muziekinstrumenten, afgodsbeelden, sieraden en je kunt het zo gek niet bedenken wat nog meer.
Bij de recente renovatie van dit museum is er bewust voor gekozen om de 19e eeuwse wijze van presenteren te handhaven: zo veel mogelijk voorwerpen laten zien in een beperkte ruimte.
Hoewel er meestal goede uitleg bij wordt gegeven is het museum daardoor in eerste plaats een doolhof, waarin steeds weer nieuwe dingen te ontdekken zijn. Letterlijk een plek om doorheen te struinen en waar je nooit uitgekeken hoeft te raken.
Een goede zet is dat het museum niet moeilijk doet over de afkomst van de voorwerpen. Heel veel is uiteraard bijeengesprokkeld (lees gekocht, geruild en geroofd) in de voormalige Britste koloniën, waaronder de fraaie helm van stekelvis hierboven.
In dit 'museum van een museum' worden controversiële onderwerpen niet geschuwd. Nergens blijkt dat zo duidelijk als bij de vitrine 'treatment of dead enemies', waarin getoond wordt hoe er op diverse plaatsen in de wereld werd omgegaan met gedode vijanden.
Uit de expositie blijkt dat er veel werk van werd gemaakt om deze vijanden (met name hun schedels) een plek te geven. Meestal gebeurde dit vanuit het idee dat de levenskracht van de vijand overgenomen moest worden of dat men in het reine moest komen met de geest van de overledene. Het museum doet veel moeite om de logica achter dergelijke ceremonies uit te leggen en op een nette manier met de menselijke resten om te gaan.
Tot op zekere hoogte kun je daar in mee gaan. Maar begrip hebben voor de traditie van sommige Amazone-indianen om de hoofden van hun tegenstanders tot tennisbalgrootte te laten krimpen ging Co toch een stapje te ver. Voor hem zijn deze gekrompen hoofden vooral het soort zaken dat je tegenkomst in horrorverhalen. Al zijn ze door hun groteske, maar nog steeds herkenbare gezichtstrekken ook op een bizarre manier fascinerend...

zondag 2 oktober 2011

Van mistkijkers, meeuwen en heel veel druppeltjes...


Na een gezellige zaterdag met MMIM in de zon, voor en op Pampus en pootje baden in zee, op zondag er vroeg uit. Het was de afgelopen dagen 's ochtends zo mooi dat het tijd werd om saampies op pad te gaan met onze cameraatjes. Over de IJssel uitkijken met de mist is prachtig.

Tussen de spijlen van de brug zitten veel spinnenwebben vol met dauwdruppels...



Het is nog vroeg. Koekstad en de IJssel lijken wel te slapen, zo verstild en glad is het wateroppervlak. Met de schimmige bomen in de verte doet het Kaco denken aan een abstract schilderij.



Binnen de kortste keren zijn schoenen en broekspijpen nat van de dauw, maar de zon krijgt al kracht en het is heerlijk in de uiterwaarden. Het Carillon van Koekstad is te horen in de verte, er krijst een zilverreiger en er vliegen ganzen over.


De dauw bedekt de grond met een deken van diamantjes en nodigt uit om maar plaatjes te blijven schieten.


Druppels: hier een paar mooie foto's (voor super druppelfoto's kijk bij Marmein)Lekker met het pontje terug naar de stad. Een bakkie koffie op het terras in de zon en daarna saampies thuis aan de slag. Wat een super begin van de zondag. En een goede start voor de nieuwe week.

Om het 'gouden gevoel' van de herfst nog even te koesteren...