
Deliberandum est saepe, statuendum est semel
Men moet vaak overleggen, maar slechts eenmaal beslissen
(Publilius Syrius, Sententiae 132)
Vanmorgen bracht Co samen met een aantal instituutsgenoten een bijzonder bezoek aan het Vaticaan. Deze keer niet voor de Poste Vaticane of voor de pauselijke zege, maar iets fundamentelers: de bestaansreden van het Vactiaan zelf, het graf van de apostel Petrus.
Na ongeveer een uur stonden Co en de instituutsgenoten weer buiten. Terwijl de instituutsgenoten achteraf vooral mopperden dat ze onvoldoende tijd hadden gehad om alle Romeinse tombes, wandschilderingen en sarcofagen te bekijken, bekroop Co een gevoel van diepe droevenis. Hij had sterk het gevoel getuige te zijn geweest van een lange, ononderbroken kerkelijke traditie. Een traditie waar hij zelf niet meer in past en die hij veel liever had gegund aan zijn meer religieus aangelegde familieleden, dan aan de snobbistische academici waarmee hij nu naar het graf was afgedaald.
Helaas kan Co niet op korte termijn voor iedereen kaartjes regelen, maar een bezoek aan de Romeinse necropool en het graf van Petrus is wel virtueel te maken, via deze link. Overigens is deze virtuele toer dan wel weer zo fout-Italiaans dat het eerder op de lachspieren werkt dan de religieuze beleving bevorderd.
Co had afgelopen weekeinde Hans op bezoek. Samen liepen ze een stuk langs de Via Appia, de oudste Romeinse weg. Een weg die ten zuiden van Rome zelfs nog zijn oude bestrating heeft en omgeven is door allerlei antieke grafmonumenten en catacomben, omdat volgens oud-Romeins gebruik doden buiten de stad moesten worden begraven.
Eerst bezochten we samen met instituutgenoten Suus en Roald en een Nijmeegse hoogleraar kunstgeschiedenis Rome's beroemdste catacomben, die van Sint Calixtus. Door de hoogbejaarde pater Jan werden we deskundig en met gezwinde spoed (ondanks zijn kunstheup) over trappen en door gangen en grafkelders geleid. Foto's maken in de catacomben zat er niet in, maar gelukkig konden Hans, Suus en Roald zich achteraf uitleven in de bijbehorende kapel vol spolia. De één met fotograferen, de anderen met academische bespiegelingen.
Even verderop langs de weg bezochten we de San Sebastiano fuori le mura, een kerk die vooral opviel door de grote afbeelding van Moeder Theresa, een bijzonder foute Christusbuste, een kast vol relikwieën en natuurlijk een groot aantal doorzeefde Sint Sebastianen (of is het Sint Sebastiaans?).
Het meest onverwachte onderdeel van de wandeling was een bezoek aan het Circus van Maxentius. Dit is waarschijnlijk de best bewaarde paardenrenbaan uit de oudheid, rond 310 gebouwd door keizer Maxentius, de man die enkele jaren later bij de Milvijnse brug het onderspit delfde tegen Constantijn. Deze renbaan is normaal niet te bezoeken, dus er waren nauwelijks toeristen toen we het indrukwekkende complex bekeken en er uiteraard heel veel foto's namen.
Daarna passeerden we nog vele kleine en grote grafmonumenten, waaronder deze enorme laat-republikeinse tombe van Cecilia Metella, die in de middeleeuwen werd omgebouwd tot een vesting. Voor Co's verzameling was het een leuk extraatje dat er speciale Via Appia afvalbakken langs de oude weg stonden.De moeder van een voorzichtig man heeft zelden reden tot wenen
Wat schaadt brengt lering
Rome is een dagelijkse verkeerschaos. Maar voor een stad waar alle wegen naar toe leiden, zijn er opvallend weinig buitenlandse auto's. Niet-Italiaanse nummerborden vallen dus op. En als je er op gaat letten dan blijken veel van die nummerborden afkomstig te zijn uit landen waaruit je ze het minste zou verwachten: de Europese ministaatjes.
Neem nu dit nummerbord uit de Serenissima repubblica di San Marino. De oudste republiek ter wereld (sinds 301) heeft een oppervlakte van slechts 61 vierkante kilometer en telt 31.000 trotse inwoners. Een staatje zo klein dat het niet eens een eigen internetadres heeft (al kan ik me voorstellen dat de afkorting voor San Marino in een bepaald genre websites gretig aftrek zal vinden). Een fors deel van de Sanmarinezen pendelt blijkbaar graag heen en weer naar Rome, want je komt ze hier regelmatig tegen.
Hetzelfde geldt voor de inwoners van het trotse prinsdommetje Monaco: nog geen twee vierkante kilometer duurdoenerij aan de Franse Cote d'Azur, met 33.000 inwoners het dichtst bevolkte ministaatje. Ook de Monagasken weten de weg naar Rome prima te vinden, zo blijkt uit dagelijkse observatie.
Kun je van de voorgaande twee nog zeggen dat ze in of pal naast Italië liggen, dat is geen verklaring voor de komst van Andorrianen naar Rome. Andorra bestaat uit 486 vierkante kilometer hooggebergte in de Pyreneeën tussen Frankrijk en Spanje. De 86.000 inwoners leven in een prinsdom dat formeel onder gezamenlijk bestuur staat van de Franse president en de bisschop van Urgell (nooit geweten dat Sarkozy een prins was he?). Wat de schaarse inwoners van dit wintersportparadijsje in Rome moeten is Co een raadsel.
Datzelfde raadsel geldt voor onze kleine zuiderbuur Luxemburg. Met 502.000 inwoners en een oppervlakte van 2586 vierkante kilometer is het groot-hertogdom een reus onder de kleintjes. Het is zelfs lid van de Europese Unie. Misschien is dat de reden waarom je de Luxemburgers zo regelmatig rondkarren in Rome.
Vreemd genoeg zie je de nummerborden van de meest voor de hand liggende ministaat nooit op straat in Rome. Vaticaanstad is weliswaar het kleinste zelfstandige staatje ter wereld, met een oppervlakte van 44 hectare en slechts 826 inwoners. Maar dankzij het feit dat het midden in Rome ligt zou je toch verwachten dat er af en toe een prelaat in een Vaticaanse auto voorbij rijdt. Helaas dat is niet zo; de enige Vaticaanse nummerborden die Kaco ooit heeft gezien zaten op de pausmobielen in het Vaticaanse museum.
bovenstaande foto met dank aan neef Mar-tijn.