zondag 27 maart 2011

Oneindig boeiende oneindigheid

Co vindt dit een fascinerende foto. Het laat goed zien hoe enorm onze aarde is, maar ook hoe oneindig groot de ruimte is die ons omgeeft. Hij moest er vanmorgen opeens aan denken, toen hij op Dark Roasted Blend een link vond naar een digitaal planetarium, een soort digitale versie van het eeuwenoude planetarium van Eise Eisinga in Franeker. Het heeft een hele mooie animatie de beweging van de planeten en manen in ons zonnestelsel weergeeft.
Co houdt van de elegantie van de beweging die deze website laat zien. Het idee dat elke stipje een wereld op zichzelf is, met elk een eigen schoonheid, is iets dat Co's hart sneller doet kloppen. Ons eigen zonnestelsel kent al acht planeten en een handvol dwergplaneten. Rond andere sterren draaien nog eens een oneindig aantal planeten, waarvan er in de afgelopen jaren meer dan 500 zijn ontdekt. Zoveel wondere werelden waar Co dolgraag eens een rondreisje naar toe zou willen maken. Maar ja, de afstand hè...
De afstand tussen de zon en de aarde is al 149 miljoen kilometer. Om dat tot een menselijke maat terug te brengen: als de zon een bolletje zou zijn van 10 centimeter doorsnee, dan zou de aarde een bolletje van zijn van minder dan 1 millimeter doorsnee op ruim 10 meter afstand. Vindt die maar eens terug in het hoge gras. Een Jumbojet op volle snelheid zou er bijna negentien jaar (!) over doen om deze afstand te overbruggen. Natuurlijk gaan ruimteschepen sneller. Maar zelfs het snelste ruimteschip ooit, de Pioneer 11, zou er nog altijd 36 dagen voor nodig hebben om die afstand te overbruggen.
36 dagen lijkt misschien nog te overzien, maar voor de verder weggelegen planeten wordt die reistijd vele malen groter: de grootste planeet Jupiter zou op deze schaal ruim 55 meter van ons zonnetje af liggen, de buitenste planeet Neptunus 321 meter (bijna 3 jaar voor een Pioneer 11 op volle snelheid) en de meest afgelegen dwergplaneet, Sedna, heeft een baan die varieert van ongeveer 1 tot 10 kilometer van onze tien centimeter grote zon! Dan zitten we nog steeds in ons eigen zonnestelsel: de dichtsbijzijnde 'buur', het zonnestelsel Alpha Centauri, ligt op deze schaal ergens op de ijskap van Groenland of het dobbert in de Atlantische Oceaan in de buurt van de Azoren, op een afstand van 2.965 kilometer. Een afstand die ons snelste ruimteschip 242.000 jaar zou kosten...
Er zit niets anders op voor Co dan thuisblijven en de planetaire ontdekkingen van ruimtesondes en sterrenkijkers volgen via internet. Daar vond hij dit filmpje, waarin de enorme afstanden inzichtelijk worden gemaakt door de schaal telkens met een factor tien te vergroten (NB: de muziek is niet best, maar het feit dat deze 'trip' uiteindelijk in Nederland eindigt maakt veel goed).
Vindt u deze grootsheid en afstanden beangstigend? Kacokijk heeft al eerder de Galaxy Song opgevoerd om te laten zien dat afstand betrekkelijk is. Die gaat Co hier dus niet herhalen. Maar hij heeft wel een tip: elk onbehagen verdwijnt direct als u zich eens rustig de bewegingen van de planeten laat uitleggen in het Planetarium van Eise Eisinga in Franeker. Het is een leuk dagtochtje en het geeft een immens gerustellend gevoel om de bewegingen van de planeten te bekijken, gezeten aan de keukentafel van de familie Eisinga, met uitzicht op de snorrende kachel en de bedstee van dit degelijke echtpaar.

zondag 20 maart 2011

Lentekriebels

Zowel Kacokijk als de natuur hadden vanmorgen de lentekriebels. De bloemen bloeien, bomen lopen uit en zelfs het speenkruid laat zijn gele kopje zien. En pas als het speenkruid bloeit, dan is de lente écht begonnen volgens Ka. Kaco was dan ook vroeg uit de veren om het voorjaar te kijken. Zo'n ommetje op de zondagochtend is ook een heerlijk Kacokijk-moment: Ka kiekt Co en Co kiekt Ka. Het was nog wel wat (voorjaars)fris, maar dat zorgde voor heldere luchten en mooie vergezichten over d'n Isel. In mei leggen alle vogels een ei, maar voor het zover is moet er nog veel werk worden verzet, zo zagen Kaco... De tortels waren op vrijersvoeten, de eenden waren bezig de kinderkamers in te richten en een merel zong zijn longen uit zijn lijfje om de dames te bekoren. Zo'n merel klinkt trouwens best goed. Ka maakte dit filmpje van de gevederde troubadour:

Morgen is het de 21e en gaat de lente officieel van start. Laten we hopen op een mooi voorjaar! Zo lang het maar geen al te stralende lente wordt....

Kadaffie

Met dank aan Ger-I

maandag 14 maart 2011

Klein geluk bij een groot ongeluk?

Naar Co's idee sloegen de makers van Fokke en Sukke de spijker op de kop met bovenstaande spotprent. De aardbeving in Japan kan er toe leiden dat de opmars van atoomenergie opnieuw tot staan komt. Als dat gebeurt, dan is het een (klein) geluk bij een vreselijk ongeluk.

Afgelopen jaren werden de geesten rijp gemaakt voor een wederopstanding van atoomenergie. Kernenergie werd opeens uitgeroepen tot groene energie (en hier). Een mening die door ons kabinet wordt gesteund (bij monde van minister Verhagen) en die zelfs in NOVA salonfähig werd gemaakt. Dat werkte blijkbaar zó goed, dat er inmiddels een energieaanbieder is die alleen atoomstroom levert aan zijn klanten. En de Zeeuwse energieproducent Delta is al begonnen met een procedure voor een tweede kerncentrale.

Voorstanders van atoomenergie schermen er graag mee dat nieuwe atoomcentrales véél veiliger zijn dan vroeger. Ook levert het geen milieuvervuiling op en vermindert het de afhankelijkheid van instabiele landen voor de leveranties van grondstoffen. Nu is het waar dat er relatief weinig ongelukken gebeuren in kerncentrales, maar als het fout gaat dan kan het ook goed fout gaan. Bij een ongeluk in een conventionele energiecentrale zijn de gevolgen tijdelijk, maar een eventuele meltdown in de Fukushima-centrale zou een groot deel van noordelijk Japan voor minimaal tientallen jaren onbewoonbaar maken.

Ook de andere 'voordelen' van kernenergie zijn slechts schijn. De kerncentrale van Borssele draait op uranium uit Kazachstan, een dictatuur die weinig stabieler is dan de olielanden in het Midden-Oosten. Kerncentrales zijn bovendien helemaal niet milieuvriendelijk. Kerncentrales produceren ook CO2: weliswaar niet bij de centrale zelf, maar wel in grote hoeveelheden op de plek waar uranium wordt gewonnen. Het CO2-probleem oplossen met kernenergie is dus een schijnoplossing. Bovendien zijn veel oude uraniummijnen milieurampen op zich. En dan is nog niet eens het atoomafval genoemd, een probleem dat ons vrijwel eeuwig zal blijven achtervolgen, zoals onder meer blijkt uit de tikkende tijdbom in de Duitse atoomdump Asse.

De aardbeving in Japan en de dreigende ramp met de Fukushima-centrale heeft in ieder geval mensen wakker geschud in Duitsland, Frankrijk en Engeland. We kunnen atoomenergie niet voldoende beheersen om het veilig te maken. Dat is een boodschap die we al wisten van Tsjernobyl, volgende maand precies een kwart eeuw geleden. Dat zo'n duidelijke boodschap na slechts 25 jaar bijna vergeten is, zou een teken moeten zijn. Als mensen een luttele 25 jaar niet kunnen overzien, waarom willen we dan knutselen met materialen als Uranium 235 (halfwaardetijd 703,8 miljoen jaar), Uranium 238 (halfwaardetijd 4,468 miljard jaar) en Plutonium (halfwaardetijd 7000 tot 80 miljoen jaar)?

Wat Co betreft kunnen de oude buttons weer uit de kast:
Co vermoedt dat hij al weet hoe de huidige coalitie op deze ramp gaat reageren. Iets in de zin van: Nederland heeft geen aardbevingen, dus kernenergie is Nederland is absoluut veilig. Maar waar staat 'onze' kerncentrale en de opslagplaats van zwaar radioactief afval? Juist, pal aan de kust in Zeeland. Was dat niet toevallig de plek van de laatste grote natuurramp in Nederland zich voltrok, de grote watersnood van 1953? Een prettige gedachte met tsunamibeelden op het netvlies en de stijgende zeespiegel in het achterhoofd.

Over lijken lopen...

Tijdens een rondwandeling door de Koekstad met Co's moeder maakte Ka deze foto's van een opgraving op het Grote Kerkhof. Archeologen hebben afgelopen week in dit gat van nauwelijks drie bij vier meter tientallen skeletten gevonden van 500 tot 1000 jaar oud.

Het is logisch dat je een paar skeletten mag verwachten op een plein (beter gezegd: een parkeerplaats) dat het Grote Kerkhof heet. Maar dat het er na honderden jaren nog zo tjokvol zou liggen? De botten steken werkelijk aan alle kanten uit de grond.

En zelfs complete schedels en borstkassen zijn bewaard gebleven. 'Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren' zegt Genesis 3.19, maar de overleden Koekstedelingen hadden blijkbaar niet zo'n haast om tot stof te vergaan...

Het is duidelijk: wie in de Koekstad zijn auto wil parkeren in de binnenstad gaat letterlijk over lijken... Hieronder een mooi filmpje van d'n Omroep over deze opgraving:


Get Microsoft Silverlight




zaterdag 12 maart 2011

Tempelbezoek

Afgelopen week bezochten Kaco de fraaie kerk van het Betuwse dorp Elst. Geen bezoekje met zijn tweeën dit keer, maar een excursie met Co's nieuwe werkkring aan de RUniversiteit. De reden dat oudheidkundigen geïnteresseerd zijn in een laat-middeleeuwse kerk zit 'm in de maquette op bovenstaande foto: onder de kerk liggen de resten van één van de grootste tempels uit de Romeinse tijd die ten noorden van de Alpen is gevonden. Het is een zogeheten Gallo-Romeinse tempel, een tempel die gebouwd is door de inheemse bevolking, maar onder invloed van Romeinse bouwstijlen. De tempel in Elst is vermoedelijk rond 50 na Christus gebouwd als centraal heiligdom voor de Batavieren en rond 100 na Christus vervangen door een grotere tempel. Beide tempels werden ontdekt toen de kerk aan het einde van de Tweede Wereldoorlog grotendeels werd verwoest. De resten zijn bij de herbouw bewaard in een speciale kelder onder de kerkvloer.
Alle witte steen is nieuw, de bruine is oud. En wat is er te zien? Met de klok mee: een professor die over de muur van de oudste tempel spiekt, het hooggeleerde publiek dat het geheel in zich opneemt, de oudste nog op zijn plaats liggende stenen vloer van Nederland (ruim 1950 jaar oud!) en een overzichtje vanuit de eerste tempel naar de muur van de tweede tempel, waar een deel van de zuilen van de latere kerk op gefundeerd zijn (de ronde kolom op de achtergrond).
In een klein kerkmuseumpje zijn opgegraven voorwerpen ten toon gesteld. Met enkele aardige details, zoals de Romeinse dakpan met daarop pootafdrukken van een lynx. Het beest heeft er op gestaan toen de dakpan lag te drogen. Verder zijn een paar heipalen te zien die opmerkelijk goed bewaard zijn gebleven. De meesten van deze palen zitten echter nog onder de grond, omdat een deel van de kerk nog steeds gefundeerd is op deze bijna tweeduizend jaar oude palen. Een bewijs van goed vakmanschap en de conserverende kwaliteiten van de Betuwse klei! De schedels op het derde plaatje zijn de resten van een offer dat waarschijnlijk uitgevoerd is bij de start van de bouw van de tweede tempel. Het is een traditioneel Romeins offer aan Mars, bestaande uit een stier, een ram en een beer (mannetjesvarken). Het is het soort offer dat soms wordt afgebeeld op klassiek-Romeinse reliefs, zoals die hieronder (en ook op het relief dat NIET aanwezig was toen Co het wilde bezoeken in het Louvre). Kaco was het er overigens wel over eens dat het meest aardige in de collectie het bijzet-zuiltje was, praktisch uitgevoerd met winkelwagenwieltjes.
Overigens liggen er niet alleen Gallo-Romeinse ruïnes onder de kerk van Elst. Al in de achtste eeuw werd (deels) op de fundamenten van de laatste tempel een voor die tijd grote zaalkerk gebouwd, die Co erg deed denken aan de laat-klassieke/vroeg-middeleeuwse basilica die hij had gezien in Cimitile, in de buurt van Napels. Deze kerk werd een regionaal bedevaartsoord, omdat Sint Werenfried, een missionaris en gezel van Willibrord hier begraven lag. Ook van deze voorganger van de huidige kerk zijn resten bewaard gebleven, waaronder een duizend jaar oud graf van een meisje. En ook dit gebouw was uiteraard voer voor verwoede discussies. Onvermijdelijk als je met wetenschappers op pad gaat... Het kerkgebouw is overigens na de oorlog met veel liefde en aandacht gerestaureerd, of beter gezegd herbouwd. Alleen aan het relatief nieuwe houtwerk en de stijl van sommig beeldhouwwerk (zoals het detail hierboven) is te zien dat de kerk zoals die er nu staat grotendeels uit de jaren vijftig dateert. De sfeer van een eerbiedwaardige oude kerk is daarbij heel goed bewaard gebleven. Inclusief de lichtinval door de glas-in-loodramen, die heel mooi uitkwam in het entreeportaal. De afbeelding waar het ligt op valt is een reconstructie van de muurschilderingen in de Gallo-Romeinse tempel.

vrijdag 11 maart 2011

woensdag 2 maart 2011

dinsdag 1 maart 2011

Cats ready to kill you...

Bij het zien van deze blog moest ik meteen denken aan deze grote witte kater die bij een mijn in Charleroi lag te genieten in het februari-zonnetje (2008 pre blogtijd). Nu is ie nog chill but in no time he's ready for some action. Heel anders dan onze 'grijze angsthaas'. Dankzij onze goeroe, tante, maf mens, deel van het Olster stel loopt ie zijn pootjes uit het lijf voor onderstaande snoepjes die hij van 'Sinterklaas' had gekregen.
Toen 't zakje leeg was en we uit nood andere snoepjes hadden meegenomen, rende Griezel er net zo vrolijk als bovenstaand plaatje naar toe, om vervolgens te ruiken, een tikje en een likje aan het snoepje te geven en pontificaal midden in de kamer zeer verwijtend naar Kaco te kijken. Als het in zijn aardje zat was hij ready to kill us... Gelukkig heeft de verwijtende blik maar een paar avonden geduurd want onze Goeroe heeft 2 nieuwe zakjes gebracht en laten zien waar je deze maniakale kattenlekkernij haalt.

en bedankt...

zaterdag 26 februari 2011

Reclamefeestje

Co is vrijdag samen met Wil naar de tentoonstelling Reclameklassiekers geweest in de Beurs van Berlage in de hoofdstad. Een feestje rond 100 jaar Nederlandse reclamehelden, waarbij uiteraard de wat oubollige, maar o zo Nederlandse Loekie de Leeuw niet mocht ontbreken.
Het is een mooi ingerichte tentoonstelling met heel veel advertenties en vooral veel reclamefilmpjes. Co beschouwt zichzelf niet als een actieve reclamekijker, maar het was opvallend (en enigszins verontrustend) hoeveel reclames hij kende.
Wat Wil het meest opvallende vond; het zijn juist de reclames die bij hun verschijnen irriteren, die jaren na dato een weemoedig gevoel oproepen. Zelfs de irritante oranjeprullaria voor voetbalfinales worden weer leuk als het evenement maar lang genoeg geleden is. Het is alsof zulke reclameuitingen de tijdsgeest het beste bevatten. Een interesant onderwerp voor Wil, die pas met een scriptie over geschiedenis in de reclame haar universitaire studie met zeer mooie cijfers voltooid heeft.
Ze heeft zich verdiept in de vraag op welke manier verleden in reclames wordt gebruikt, zodat vooral dit soort reclames voor haar elke keer weer een leuke puzzel opleveren.
Geschiedenis in reclame is leuk, maar Co is zelf meer geboeid door de zogeheten aanhakers, reclame die direct gekoppeld is aan een actuele gebeurtenis, zoals deze Unox-reclame op de dag dat Willem-Alexander en Maxima trouwden in 2002.
Ook reclame rond maatschappelijk thema's blijft boeiend, ook als die reclame al 35 jaar oud. Maar wie kent er niet de slogan Blij dat ik rij?, een kreet die zó sterk is dat hij sinds kort weer uit de kast is getrokken door de autolobby.
Met Co's familiegeschiedenis is het verder weinig verrassend dat ook de melkreclames hem bijzonder boeiden. Daarvan zijn er heel veel in Nederland verschenen, van de M-brigade, via Joris Driepinter tot Melk de Witte Motor, ze zijn allemaal te zien op de tentoonstelling reclameklassiekers.
Als afsluiter van de tentoonstelling was er een filmzaaltje waren commercials uit de langlopende reclameserie 'Even Apeldoorn bellen' werden getoond. En toegeven daar zitten echte juweeltjes bij..
De tentoonstelling reclameklassiekers is nog tot en met 6 maart te zien in de Beurs van Berlage in Amsterdam.

dinsdag 22 februari 2011

Nothing to sneeze at part 2...

"Er zijn al genoeg kleine ergernissen in het leven en daar wil je geen diarree bovenop..."
Tijdens de lunch waren we het er allemaal over eens dat bovenstaande zin toch echt niet kan. Gelukkig bedacht creatieve collega Ste-phan de volgende catching phrase voor Imodium smelttabletten:
Shit Happens, slik daarom...
Die tienduizend euro plus bijpassende stropdas ziet hij graag zijn kant opkomen, als 'snelle reclamejongen'.

Zelfhulpboek?!?

Zoek niet verder... Problemen, vragen over het leven, weggelopen van huis, bitterheid, denk je aan trouwen of face je death. Dit boek biedt alle antwoorden.
Dit zijn alleen nog maar de onderwerpen A tot en met D, handig gerangschikt op alfabet. Kan je nagaan waar je nog meer hulp bij kunt vinden. Ik zou de schrijver wel eens willen zien bij Oprah of dr. Phil.
Gezien in een hotel in Londen, handig voor als je echt in nood bent. Alleen het noodhulptelefoonnummer ontbrak nog.

maandag 21 februari 2011

Nothing to sneeze at...

"Er zijn al genoeg kleine ergernissen in het leven en daar wil je geen diarree bovenop..."

Reclame is regelmatig heel dom. Zoals bovenstaande zin uit de reclame van Imodium smelttabletten of die reclame van Always. En dat terwijl reclame zo leuk kan zijn. Zoals deze in de metro in Londen. Context klopt, talig leuk bedacht en qua route ook logisch.

maandag 14 februari 2011

Sorry-dat-ik-besta-bus?

Gezien in de Koekstad: een bus naar Sorry.
Welk verhaal zou hier achter zitten?

Een bus met een minderwaardigheidscomplex?
Verontschuldiging vooraf voor eventuele vertraging?
Nieuwe buslijn naar een weinig geslaagde nieuwbouwwijk?
En het was nog onverdiend ook, want zo sneu vond Co deze stadsbus helemaal niet. Van hem had er best hallo op mogen staan, of goedemiddag, of ciao (brengt meteen wat Italiaanse zon in een winters Koekstad).

vrijdag 11 februari 2011

Die jeugd van tegenwoordig ?!?

Onze jeugd heeft tegenwoordig een sterke hang naar luxe, heeft slechte manieren, minachting voor het gezag en geen eerbied voor ouderen. Ze geven de voorkeur aan kletspraatjes in plaats van training...
Jonge mensen staan niet meer op als een oudere de kamer binnen komt. Ze spreken hun ouders tegen, houden niet hun mond in gezelschap...
en tiranniseren hun leraren.

Socrates (CA. 470-399 v. Chr.)
uit: Wij zijn ons brein van Dick Swaab



Times change, people remain the same

dinsdag 8 februari 2011

Gewoon mooi... een boompje opzetten

Het laatste staartje winter.
Duidelijke harde lijnen, nog geen zacht groen. Patronen, vertakkingen, ophoping van een oud nest.
Onze aders zien er ook zo uit. Grote hoofdleidingen die 't bloed transporteren en dan steeds kleinere vaten om te eindigen in haarvaatjes. Een fantastisch ontwerp (geen intelligent design, maar volgens ons gewoon 'natuurkunde') .
Weerspiegeling... ragfijn kant.
Die prachtige kleur blauw die je ziet als het wat later op de middag wordt. Grillig en gotisch door elkaar.
Fluit een mees tegen een merel:
My home is my castle...

Nu weer lekker samen op de bank met een kopje koffie en verheugen op het naderende voorjaar.