Vanuit haar glazen kistje kijkt ze me met nietsziende glazen ogen triestig aan. Als een gevederde Assepoester die na 170 jaar nog steeds vergeefs op haar prins wacht. Ik bekijk haar met gemengde gevoelens. Ik heb een brok in mijn keel bij het zien van dit triestige sprookjesdier, maar aan de andere kant ook een triomfgevoel.
Ladies and gentlemen; we've got him!
Eindelijk is het dan gelukt. Zoals gezegd in een vorige blog was mijn eerste poging om de reuzenalk te zien zondag niets uitgelopen, vanwege de afwezigheid van il dottore curatore. Haar toestemming was nodig om het depot te bezoeken. Inmiddels meen ik een beetje te begrijpen hoe het in Italië werkt. Als gewone sterveling kom je op dit soort locaties niet binnen, dus had ik me vanmorgen goed voorbereid op de ontmoeting met deze halfgod: jasje aan, luchtje op, visitekaartjes mee. Helemaal als academicus op pad. Dress to impress.

Il dottore curatore stond me toe om enkele foto's te maken (without the flash, eh?), dus hierboven een compilatie. Klik op de foto's om ze in het groot te zien.
Ik heb in een grijs verleden de reuzenalk in Leiden wel eens gezien, maar deze vogel is veel mooier. Bijna alsof ie gisteren is opgezet. Het geheim van dit exemplaar (wat een oneerbiedige manier van omschrijven!) is dat ze in de jaren zeventig van de negentiende eeuw cadeau is gedaan aan de Italiaanse koning. Bij die gelegenheid is ze opnieuw opgezet op de beste manier die toen beschikbaar was. Overigens was de vogel op dat moment al zo'n veertig jaar dood: waarschijnlijk is ze ergens rond 1835 in de buurt van IJsland gevangen, toen de laatste exemplaren van deze toen al legendarische vogels door professionele verzamelaars doodgeknuppeld werden om ze voor veel geld te kunnen verkopen aan rijke 'vogelliefhebbers'. Zeker nadat bekend was geworden dat het dier echt was uitgestorven onstond er in de late negentiende eeuw een ware reuzenalk-gekte in de Westerse wereld. In die tijd was een opgezette reuzenalk een hooggewaardeerd en peperduur cadeau.

De reuzenalk (pinguinus impennis) is overigens de naamgever van de bekende zuidelijke pinguins. Spanjaarden en Kelten noemden de reuzenalk pingüinos of pen wyn (witkop), naar de witte kop die het dier had in de wintermaanden. Toen ontdekkingsreizigers de zuidelijke pinguins ontdekten vernoemden ze deze vogels naar hun noordelijke tegenvoeter.























