
“Cats gravitate to kitchens like rocks gravitate to gravity.”
Tijdens Ka's bezoek aan Oxford ging Griezel uit logeren. Voor het eerst. Onze grijze huismus houdt niet van verandering en al helemaal niet van reizen, maar deze keer was er niet aan te ontkomen: Het Olsterstel, z'n vaste 'oppas' was mee naar Oxford en dus ging Griezel naar een dierenpension. We waren erg benieuwd hoe dat zou bevallen: hoe zou hij terugkomen, vermagerd en gestresst? Zou hij nadien weer maanden in de kast zitten? Gelukkig viel het erg mee: hij heeft het redelijk gered en gedraagt zich thuis ook normaal. Met één uitzondering: hij is niet meer bij Ka weg te slaan.
Met als gevolg dat Co regelmatig onbegrijpelijke, maar vast lief bedoelde katchat-berichtjes krijgt, zoals "dgknrjvvvvvvvvv".
Het was vanavond weer bijeenkomst van the Blackfriars Wine Society. Mooie gelegenheid voor Co om zich weer even in het nette pak te huizen. Tussen haakjes: de foto is vooraf gemaakt. De rode oogjes zijn helaas niet van de drank, maar van een zware verkoudheid.
Ik vind het een heel ontroerend plaatje. Natuur geeft vaak demooiste kunstafbeeldingen. Als je meer wilt weten klik dan hier door.
Wat Co zich nooit gerealiseerd had voordat hij naar Oxford kwam, is dat Engeland niet alleen een bierland (pardon ale-land) is, maar ook een cider-land. Net als in Frankrijk kun je de alcoholische appeldrank (een enkele keer perendrank) hier echt overal krijgen. Wat opvalt is dat Engelse cider veel sterker is dan Franse: vaak 7 of 8%, veel sterker dus dan Engels ale. Ook valt het enorme aantal merken op. Een beetje pub heeft meerdere ciders op de tap en elke supermarkt heeft een breed assortiment, van goedkope plastic megaflessen tot exclusieve varianten van de geliefde fruitnat.
Hoewel, fuitnat... Eén merk maakt reclame dat het 'cider met fruit' is. Als dat bijzonder is, waarvan zijn de rest van de ciders dan gemaakt?
Misschien heeft u het al gemerkt: het aantal blogjes op deze blog begint de laatste dagen terug te lopen. Co heeft het druk. Bezoekt niet alleen lectures en seminars, maar zit vooral de hele dag en avond in de bibliotheek te werken om teksten af te krijgen. Tot voor kort ging hij dagelijks eten bij zijn college, maar zelfs dat schiet er tegenwoordig bij in. Gelukkig heeft hij een alternatief gevonden: om de hoek van de bibliotheek zit een hele aardige noedelbar. Een soort direct klaar wokrestaurant: Goedkoop, voedzaam, redelijk gezond en heel snel op tafel. En daarna vol nieuwe energie weer aan de slag.
Vanmorgen kwam Co deze man tegen bij de ingang van Brasenose. Bij navraag bleek het te gaan om een speciale levering wijn in verband met Valentijnsdag morgen. Normaal komt hij 'slechts' drie keer per week met zijn steekkarretje bij het college... Als u bedenkt dat dit alleen wijn is en dat er ook nog (veel) bier en andere dranken weg wordt gewerkt tijdens Formal dinners, in de collegebar en bij het natafelen van de professoren en fellows, dan heeft u een beetje een beeld wat er aan alcohol gedronken wordt in het gemiddelde Oxfordse college.
Zoals uit bovenstaande foto blijkt, weten de locale winkeliers dat ook. Het is misschien niet te veel gezegd dat een succesvolle wetenschappelijke carrière in Oxford gebouwd is op vier A's: Aanleg, Ambitie, Arrogantie en Alcohol. Da's misschien wel erg negatief. Laten we er vijf A's van maken, want de meeste Oxfordse academici die ik ken zijn beslist Aangenaam gezelschap. Ook zonder alcohol.