
“A good education is like a communicable sexual disease. It makes you unsuitable for a lot of jobs and then you have the urge to pass it on.”
Co zag deze taartenmaakster aan het werk in de overdekte markt in het centrum van Oxford. Met eindeloos geduld werden de mooiste taarten versierd. Je zult als kind toch maar zo'n mooie feeëntaart of Shaun the Sheep-taart krijgen. Da's toch een droom die uitkomt?
Vandaag een extra lange blog met veel foto's. Niet alleen omdat Co komende week weinig tijd voor bloggen gaat hebben (de Term begint morgen officieel), maar ook omdat hij naar een plek is geweest die er gewoon om vraagt om veel foto's te laten zien: het Oxford University Museum. Alle foto's kunnen overigens uitvergroot worden door er op te klikken.
Het Oxford University Museum for natural history is zo'n typisch 19e eeuwse museumkathedraal: van buiten neogotisch en van binnen een indrukwekkende zaal met glazen daken en gietijzeren zuilen, waarin de enorme dinosaurusskeletten goed uitkomen.
Het in 1860 geopende gebouw was een voor die tijd praktisch museumgebouw. Voorzien van zuiltjes gemaakt van gesteenten uit alle hoeken van Groot-Brittannië en beelden van beroemde wetenschappers, zoals Darwin die in die jaren nog als uiterst controversieel gold. De zuilen en beelden waren bedoeld als hulpmiddelen bij aanschouwelijk onderwijs, maar uiteraard waren het nadrukkelijk ook statussymbolen om het aanzien te onderstrepen van de moderne natuurwetenschappen en de rol van de Oxfordse universiteit daar in.
Vandaag de dag is het vooral een boeiend en erg bezoekersvriendelijk museum, met een tentsoonstelling die niet alleen zeer uitgebreid is, maar waarin veel aandacht is besteed aan de esthetiek, de manier waarop de tentoonstelling aan het publiek wordt gepresenteerd.
Een hele aardige geste daarbij is dat je als bezoeker niet overal met je handen van af hoeft blijven. Onder het motto 'please touch', mogen bezoekers zelf ervaren hoe dierenvachten, skeletten en zelfs meteorieten voelen.
Zelf vond Co het leukste aan het museum dat je ineens oog-in-oog kunt staan met de meest bijzondere dieren, zoals de reuzenalbatros of de kakapo, die we al eerder in deze blog van z'n kinky kant hebben laten zien.
Het meest uitzonderlijke dier van allemaal is de Oxford dodo. Het wat treurige verdroogde hoofd bovenaan is het laatste restant van de enige opgezette dodo die nog op de wereld bestaat. Voor de rest moeten we het doen met skeletten en replica's. Desondanks (of juist daarom) is de arme vogel een icoon voor Oxford geworden. De stad vereenzelvigt zich ermee, er zijn dodosouvenirs, poppen en boeken. Het bekendste voorbeeld uit de laatste categorie is natuurlijk de dodo in Alice in Wonderland (u weet wel, met die hartenkoningin, lachende kat en konijn met horloge) dat ook in Oxford speelt.
Naast deze ster waren er ook vele andere bijzondere zaken te zien, zoals de schedel van de iconische triceratops, en het kleine schedeltje van de pas ontdekte Homo Floriensis, de minimens van het Indonesische eiland Flores. Waarschijnlijk de laatste andere mensensoort die op aarde bestaan heeft naast de moderne mens.
Ook was er aandacht voor rariteiten als het grootste wespennest ooit in Engeland gevonden (deze wespen hadden zich strategisch genesteld tussen een druk bezochte pub en een suikerbakkerij, zodat ze onbeperkt voedsel hadden) en een display met reuzenkakkerlakken die bij het publiek de nodige consternatie opriep, vooral toen bleek dat het levende kakkerlakken waren... Co probeerde ze te filmen en heeft daarbij de camera per ongeluk schuin gehouden. Dat doet overigens niets af van het effect:
Bij de recente renovatie van dit museum is er bewust voor gekozen om de 19e eeuwse wijze van presenteren te handhaven: zo veel mogelijk voorwerpen laten zien in een beperkte ruimte.
Hoewel er meestal goede uitleg bij wordt gegeven is het museum daardoor in eerste plaats een doolhof, waarin steeds weer nieuwe dingen te ontdekken zijn. Letterlijk een plek om doorheen te struinen en waar je nooit uitgekeken hoeft te raken.
Een goede zet is dat het museum niet moeilijk doet over de afkomst van de voorwerpen. Heel veel is uiteraard bijeengesprokkeld (lees gekocht, geruild en geroofd) in de voormalige Britste koloniën, waaronder de fraaie helm van stekelvis hierboven.
In dit 'museum van een museum' worden controversiële onderwerpen niet geschuwd. Nergens blijkt dat zo duidelijk als bij de vitrine 'treatment of dead enemies', waarin getoond wordt hoe er op diverse plaatsen in de wereld werd omgegaan met gedode vijanden.
Uit de expositie blijkt dat er veel werk van werd gemaakt om deze vijanden (met name hun schedels) een plek te geven. Meestal gebeurde dit vanuit het idee dat de levenskracht van de vijand overgenomen moest worden of dat men in het reine moest komen met de geest van de overledene. Het museum doet veel moeite om de logica achter dergelijke ceremonies uit te leggen en op een nette manier met de menselijke resten om te gaan.
Tot op zekere hoogte kun je daar in mee gaan. Maar begrip hebben voor de traditie van sommige Amazone-indianen om de hoofden van hun tegenstanders tot tennisbalgrootte te laten krimpen ging Co toch een stapje te ver. Voor hem zijn deze gekrompen hoofden vooral het soort zaken dat je tegenkomst in horrorverhalen. Al zijn ze door hun groteske, maar nog steeds herkenbare gezichtstrekken ook op een bizarre manier fascinerend...
Beuk en Jol, maar ook Miko, hadden Co al gewaarschuwd: ga dan niet, we herhalen: NIET, naar Blackwell's. Blackwell is dé boekhandel van Oxford. Een boekenliefhebbersparadijs met meerdere verdiepingen, maar vooral met een beroemde ondergrondse boekenkelder waar vrijwel alles te koop is:
Co's ouders hadden 'm al gewaarschuwd: Oxford is niet alleen de stad van de universiteit en van de Mini, maar vooral de stad van Inspector Morse en zijn hulpje Lewis. Als echte liefhebbers weten ze dat in Oxford elke week een dode moet vallen, omdat anders de tv-serie niet vol komt. Bij zijn eerste kennismaking met de relatief vredige universiteitsstad kon Co dat moeilijk geloven. Maar enkele recentelijke, ernstige gebeurtenissen hebben zijn overtuiging serieus aan het wankelen gebracht. Gisteren werd vlakbij Oxford een professor dood aangetroffen. Waarschijnlijk vermoord. Kort daarna werd een andere Oxfordse 'don' (professor) opgepakt op verdenking van betrokkenheid. Wat er precies is gebeurd is nog onduidelijk, maar het eerste slachtoffer is gevallen... Toch belangrijk om Inspector Morse niet alleen als folklore af te doen. Binnenkort toch maar eens een bezoek brengen aan Morse z'n stamkroeg. De oude Morse is niet meer, maar hopenlijk zit zijn hulpje Lewis aan de bar. Daar zou Co zich toch een stuk veiliger door voelen.
Oxford heeft een oude overdekte markt vol kleinere winkels met specialiteiten en verse producten. Een mooie plek, maar helemaal veilig voelde het niet, zeker niet toen bleek dat Mr. Lindsay een 'high class university & family butcher' is. Als academicus loop je dan al snel een straatje om (en ik benijd zijn verwanten ook niet).Let voor de aardigheid nog even op het dier links. Dat is inderdaad een onthoofde ree die hier met trots wordt getoond. Da's wel even wat anders dan de Nederlandse gevoeligheid over het onverdoofd slachten...
Na een vorige blog met enkele indrukwekkende buitenkanten, vandaag een kijkje achter de Oxfordse schermen: een blik in het gebouwencomplex van Brasenose College, een instituut zó oud dat er al eeuwen geleden een straat(je) naar genoemd is dat zich wurmt tussen de hoge muren van Brasenose en enkele andere colleges.
Achter die hoge muren ligt Brasenose College rond twee ruime binnenplaatsen, bijna als kloosterhoven. Beide hoven worden op dit moment ontsierd door bouwloodsen in verband met een renovatie, maar bovenstaande detailopnames geven in ieder geval een impressie van de stijl en grandeur van het complex.
Deze foto's van oude gebouwen moeten overigens niet de indruk wekken dat Brasenose geen levendige plek is. Colleges als Brasenose staan centraal binnen de Universiteit van Oxford, die in zekere zin een federatie van colleges is. Al het wetenschappelijke personeel is in dienst van de colleges en alle studenten zijn bij colleges ondergebracht. Zelfs de sportieve activiteiten worden via de colleges georganiseerd, zoals dit boven een deur gekalkte eerbewijs aan een succesvolle dames roeiteam laat zien.
Verder heeft het college voor de studenten en wetenschappelijke staf een uitgebreide bibliotheek.
En eigen common rooms voor 'undergraduate', 'graduate' en 'fellows' (in het Nederlands: bachelorstudenten, masterstudenten/promovendi en de staf). Een common room is een soort hangplek, waar studenten en staf koffie drinken, kranten lezen, tv kijken en socializen. Co is lid van de Hulme Common Room, die hij op een uitzonderlijk leeg moment fotografeerde (ja, dat is inderdaad een academische mantel, een 'gown' rechts op de achtergrond, compleet met hoed).
Brasenose College is overigens genoemd naar een bronzen deurklopper, die al in de middeleeuwen op de poort van één van de voorgangers van het college hing. Door studenten in de late middeleeuwen gestolen, werd de klopper in de 19e eeuw herontdekt op een woonhuis in Stamford. Het College heeft het hele huis opgekocht, alleen om de klopper terug te krijgen naar Oxford... Deze klopper hangt nu als trofee in de Hall.
De Hall is de eetzaal van Brasenose College: een ruimte met lange tafels vol studenten, waar Co samen met enkele andere HCR-'graduates' een zeer stevige maaltijd mocht genieten voor een zeer bescheiden bedrag.